Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIV. Aantal buitenechtelijk geborenen op 100 levend aangegevenen, gesplitst naar de kerkelijke gezindte der

moeders.

Kerkelijke gezindte der moeders 1906 1907 1908 1909 1910

Israëliet 1,53 1,64 1,42 1,85 1,74

Protestantsch 2,21 2,26 2,27 2,21 2,18

Roomsch-Katholiek .... 2,01 1,99 2,07 1,94 1,96

Geen kerkel. gezindte . . . 3,25 3,70 2,93 2,62 2,48

Overigen 3,64 1,77 1,90 1,56 1,68

Totaal 2,14 2,17 2,19 2,11 2,09

opzichten thans de eerste vervangen heeft. In vroegere eeuwen, toen de regelen en opvattingen van de Joodsche religie door grooter massa's werden nageleefd dan in de twintigste eeuw en buitenechtelijk geslachtsverkeer ten strengste werd veroordeeld, kwamen buitenechtelijke Joodsche geboorten zoo goed als niet voor. Toen later de kracht dezer regelen verzwakte, kreeg het sociaal-economische element meer beteekenis. In de kringen van de groote en kleine burgerij, waartoe niet onbelangrijke groepen der Joden behoorden, stond de buitenechtelijke geboorte in slecht aanzien en kwam zij dus zelden voor. Doch ook de beroepen van het vrouwelijk proletariaat, welke het hoogste contingent buiten-echtelijke geboorten opleveren, fabrieksarbeidsters, kellnerinnen, dienstboden, landarbeidsters, zijn

XXXV. Godsdienst van de buitenechtelijk geborenen

KerkeIi)£^Tndted'ér'tinderen 1906 | 1907 j 1908 | 1909 1910

Israëliet 33 32 28 35 32

Protestantsch 3 4 — 2 —

Roomsch-Katholiek .... — 2 — — 1

Geen kerkel. gez 2 — 4 2 2

Totaal 38 38 32 39 35

Sluiten