Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Protestantsche huwelijksvruchtbaarheid dan naar de Katholieke. Een eigen karakter vertoonen de cijfers omtrent deze groep niet.

Geheel anders is het gesteld met de cijfers omtrent de gemengde huwelijken, waarbij de man of de vrouw Joodsch was en de andere partij niet. Van alle groepen huwelijken vertoonen de Joodsch-gemengde huwelijken de geringste vruchtbaarheid. Van de Joodsch-gemengde huwelijken, waarin kinderen geboren werden, is bijna de helft een eerste kind. Ruim een kwart van de huwelijken dezer groep, waarin kinderen werden geboren, bestaat uit gezinnen met twee kinderen, terwijl in slechts een kwart dezer huwelijken het gezin uit drie of meer kinderen bestaat1).

Blijkens de uitkomsten van de Pruisische volkstelling van 1925, is de vruchtbaarheid van de gemengde huwelijken, waarbij de man Israëliet is, iets lager dan van de huwelijken, waarbij de vrouw Israëliet is. Zooals reeds hiervoren werd gezegd, is het sinds het jaar 1931 ook voor Amsterdam mogelijk het aantal kinderen uit de Joodsch-gemengde huwelijken na te gaan, waarbij de onderverdeeling ook in staat stelt de onderscheiding te maken, welke de Pruisische volkstelling kent. Deze cijfers volgen hier voor de jaren 1931—1932 gezamenlijk in tabel XL.

In deze twee jaren bedroeg te Amsterdam het percentage eerste kinderen uit de gemengde huwelijken met een Joodschen vader 53 van het totaal aantal uit deze huwelijken geboren kinderen; het overeenkomstige percentage uit de gemengde huwelijken met een Joodsche moeder bedroeg 48. Hier valt dus het tegendeel te constateeren van de uitkomsten voor Pruisen. Toch zal eerst een grootere ervaring gelegenheid bieden na te gaan of deze tegenovergestelde ervaring voor Amsterdam meer is dan een toevalligheid.

In deze twee jaren heeft overigens het aantal eerste kinderen de helft van het totaal bereikt. De vruchtbaarheid dezer huwelijken is dus nog verder gedaald.

Over de oorzaken van de geringe vruchtbaarheid dezer gemengde huwelijken is reeds veel geschreven. Ziet men af van de opvatting,

1) De ervaring in Duitschland op dit punt valt als volgt samen te vatten: ,,In den Mischehen herrscht eine Kinderarmut, die ihresgleichen sucht. Das Emkindsystem ist vollkommen durchgeführt, das Keinkindsystem sehr weit verbreitet' Philippsthal, „Die Juden in Deutschland". Allgemeines Statistisches Archiv. 1929, blz. 440.

Sluiten