Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij het natuurlijke gevolg zou zijn van de paring van verschillende rassen, waarvoor het geleverde bewijsmateriaal onvoldoende moet worden geacht1), dan blijven als vermoedelijke voornaamste oorzaken, welke ook door alle deskundigen op dit gebied worden aanvaard, over. a. de gemiddelde hoogere leeftijd, waarop deze huwelijken worden gesloten; b. de korter duur van deze huwelijken, niet slechts door de onder a genoemde oorzaak, maar ook door het grooter percentage echtscheidingen dan bij de overige huwelijken; c. de andere verdeeling van deze huwelijken over de sociale groepen, waardoor een grooter deel plaats vindt in de groepen, welke toch reeds kleine gezinnen wenschen. Deze laatste oorzaak vloeit dan voort uit de omstandigheid, dat het meerendeel dezer huwelijken is gebaseerd op rationalistischen en individualistischen grondslag, waarmede het bewust streven naar weinig kinderen samenhangt2).

Men heeft vroeger, en waarschijnlijk niet ten onrechte, aangenomen, dat het feit, dat het gemengde huwelij k het meest voorkwam in de beschaafde, welgestelde, irreligieuse kringen, waarin de beperking van het aantal kinderen het meest verbreid is, de voornaamste oorzaak, dus een sociale, zou zijn van het hier geconstateerde verschijnsel. Naarmate deze beperking zich ook uitbreidde tot andere kringen en tevens het gemengde huwelijk in die kringen meer voorkwam, gaat deze verklaring uiteraard aan waarde verliezen. Het sociale element speelt hier dan ook nog een rol, maar krijgt een anderen inhoud dan voor eenige decennia.

Kinderlooze huwelijken.

Zooals hierboven reeds werd gezegd, is het aantal kinderlooze

1) Laat men de jongste Duitsche literatuur op dit punt buiten beschouwing, dan blijven er enkele gezaghebbende auteurs over die deze opvatting verdedigden. Men vindt deze vermeld in het op bladzijde 86 genoemde artikel van Hanauer.

Ruppin, de groote Joodsche socioloog, was nog in de tweede druk van zijn boek „Die Juden der Gegenwart" (1911) eveneens aanhanger van deze opvatting (blz. 173). In de volledig omgewerkte uitgave van dit boek, „Soziologie der Juden", 1930, verklaart hij echter, dat ,,es fraglich bleibt, ob diese geringere Kinderzahl auf biologische Ursachen (etwa Inkcngruenz der Gatten zur Kinderzeugung als Folge ihrer Rassenverschiedenheit) oder auf gewollte Beschrankung der Kinderzahl, d.h. auf eine soziale Ursache zunickgeht". Band I, blz. 224.

2) Vgl. M. Marcuss, „Die Fruchtbarkeit der christlich-jüdischen Mischehe". Abhandlungen aus dem Gebiet der Sexualforschung, 1920 en „Der Zeugungswert der Verwandtcnche und der Mischehe", Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Band 9.

Sluiten