Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de cijfers van dit overzicht blijkt voor deze jaren een duidelijk geringer sterfte onder de Joden dan onder de beide andere groepen. De langere levensduur, die in deze cijfers zijn uitdrukking vindt, komt hun aantal ten goede.

De geringer sterfte der Joden in deze jaren kan ook nog op andere wijze blijken. Stelt men voor deze jaren de sterfte van de Protestanten op 100, dan verkrijgt men voor de drie groepen de volgende cijfers:

Protestanten Israëlieten Katholieken

Jaren man- vrou- man- vrou- man- vrou-

nen wen nen wen nen wen

1905—1906 100 100 82 74 119 118

1907—1908 100 100 80 78 121 119

1909—1909 100 100 83 84 114 113

Sterfte naar geslacht.

Bij de sterfte naar de geslachten is voor 1905—1910 de relatieve sterfte onder de mannen in de drie groote groepen van kerkelijke gezindten in alle leeftijdsklassen hooger dan onder de vrouwen. Stelt men de mannensterfte = 100, dan verkrijgt men in de verschillende groepen de volgende cijfers voor de vrouwen:

XLVII. Verhouding van vrouwen- tot mannensterfte

1905—1910.

Israëlieten Protestanten Roomsch-Kathol. Geslacht 1905 1907 19()g ig05 1907 190g ig05 1909 1906 1908 1910 1906 1908 1910 1906 1908 1910

Mannen. 100 100 100 100 100 100 100 100 100

Vrouw.. 84 93 94 94 95 97 % 93 94 97 %

Bij de Joden was in deze jaren het verschil tusschen de sterfte van mannen en vrouwen grooter dan bij de beide overige groepen.

Sluiten