Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overleden kinderen van Joodsche moeders uit de huwelijken gesloten in 1885 en daarvóór 23 procent lager en uit de huwelijken gesloten in de periode 1910—1906 39 procent lager was dan dat uit alle huwelijken tezamen in deze perioden. Bij deze cijfers heeft men er overigens rekening mede te houden, dat zij niet alleen betrekking hebben op jonge kinderen, doch op alle tot 31 December 1930 overleden kinderen uit deze huwelijken.

De verklaring van het feit, dat de sterfte bij de Joden na de jaren rond 1890 nog zooveel sneller is gedaald dan van de overige groepen, moet voor een deel hierin worden gezocht, dat de Joden in zooveel sterker mate stadbewoners zijn dan de overige bevolking. Na ongeveer 1890 namen de groote steden meer systematisch, en geleid door het inzicht, dat dit een deel van de sociale taak der gemeentelijke overheid is, de sanitaire en hygiënische verzorging der bevolking ter hand. Daar het grootste deel der Joden in de steden woont, had dit op het sterftecijfer der Joden den grootsten invloed.

In nog grooter mate geldt dit voor de zuigelingensterfte, welke ten gevolge van deze omstandigheden den gunstigen invloed ondervond van de intensiever zuigelingenzorg in de groote gemeenten en inzonderheid in Amsterdam.

B. Amsterdam

Sterfte naar leeftijd, geslacht en godsdienst.

Voor de gegevens omtrent de sterfte naar den godsdienst van de overledenen te Amsterdam, gelden uiteraard eveneens de opmerkingen, waarmede dit hoofdstuk opende. Of op dit punt overigens verschillen bestaan tusschen de cijfers van het Rijk en die van Amsterdam, is onbekend.

De hieronder volgende tabellen geven den omvang der sterfte sinds 1905, verdeeld in drie perioden, van de Joden en van de overige bevolking, verdeeld tegelijk naar leeftijd en geslacht.

Tabel LI leert, dat tusschen 1905 en 1925 zoowel bij de Joodsche als bij de niet-Joodsche bevolking de mannensterfte grooter was dan de vrouwensterfte. In de periode 1928—1933 blijkt echter voor de Joden het omgekeerde het geval te zijn.

Sluiten