Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIV. Sterfte van kinderen beneden het jaar naar den

godsdienst der moeder.

Jaren

Israëliet

Levend geborenen

Overleden 0—1 jaar

Overl. op 100 levend geborenen

Protestant

Levend geborenen

Overleden 0—1 jaar

Overl. op 100 levend geborenen

Katholiek

Levend geborenen

Overleden 0—1 jaar

Overl. op 100 levend geborenen

{3 7 1905-1909 1332 101 7,6 8411 774 9,2 3911 418 10,7

•jM 1911-1920 1376 72 5,2 8655 484 5,6 4395 311 7,1

1921-1925 1174 47 4,0 7434 263 3,5 4443 174 3,9

éi 1926-1930 955 32 3,4 6275 200 3,2 4405 155 3,5

O \ 1931-1932 811 20 2,5 5318 141 2,6 3920 128 3,3

Uit statistieken omtrent vroegere jaren, zoowel van Nederland, (waarvan hierboven de resultaten zijn medegedeeld) als van andere landen1), is bekend, dat de Joodsche zuigelingensterfte zich als regel niet onbelangrijk gunstig onderscheidde van die der nietJoodsche. Omtrent de uitkomsten voor Amsterdam, voorzoover zij betrekking hebben op de jaren 1905—1920, zij hier de conclusie overgenomen, welke het gemeentelijk bureau voor statistiek trok in de op bladzijde 113 vermelde publicatie: „De kinderen van Katholieken sterven het meest; tusschen die van Protestantsche en Israëlietische ouders bestond vroeger een groot verschil ten gunste der laatsten. Het schijnt, dat de verzorging der zuigelingen door de Israëlieten vroeger veel beter was dan bij de Protestanten; immers was de sterfte in de eerste levensmaand bij beide groepen even groot, wat erop wijst, dat de kinderen even krachtig ter wereld kwamen, en de mindere sterfte bij de Israëlieten alleen aan betere verzorging te danken was. Echter is tegenwoordig de toestand bij de Protestanten zoodanig verbeterd, dat het verschil is verdwenen. Intusschen is ook de kindersterfte bij de Katholieken sedert 1905 tot op de helft gedaald .

In de tendenz welke de cijfers van vóór 1921 bezaten, is in die

1) Vgl. B. h. Sajet en j. van Gelderen, „Kinkhoest, Een medisch-statistische studie", Amsterdam, 1919, blz. 49 en Sanders, t.a.p. blz. 65 v.v.

Sluiten