Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

LV. Geboorte en sterfte van Joden te Amsterdam. (gemiddeld per jaar).

üöriA/io Aantal I Aantal XT ,

geboorten | sterfgev. r c

1901—1905 .... 1368 706 662

1906—1910. . . . 1321 684 637

1911—1915. . . . 1201 651 550

1916—1920 .... 1300 771 529

1921—1925. ... 1172 708 464

1926—1930. ... 955 702 253

1931—1932 .... 826 743 83

dam, kan een overeenkomstig overzicht voor de Joden in het geheele Rijk niet worden samengesteld. Doch de in het hoofdstuk „Geboorte" opgenomen cijfers omtrent de daling in het gemiddeld aantal levend geboren kinderen per gezin, in verband gebracht met de niet bekende, doch in verband met den leeftijdsopbouw te verwachten sterftecijfers, geven reden voor het geheele Nederlandsche Jodendom eenzelfde ontwikkeling aan te nemen. Hier moge het oordeel worden aangehaald van Professor C. A. Verrijn Stuart omtrent de in de Volkstelling opgenomen cijfers: ,,De grootste daling in het gemiddeld aantal levendgeboren kinderen per gezin valt bij de Israëlieten waar te nemen, die in ons land gelijk elders (bijvoorbeeld in Duitschland, en dat reeds lang voor het Hitlerregime) hard bezig zijn „witten zelfmoord" te plegen" 1).

Bij volgende volkstellingen zal kunnen blijken, welken invloed de demografische samenstelling van het Nederlandsche Jodendom heeft ondergaan van twee verschijnselen van de laatste jaren: eenerzijds de komst van Joden uit Duitschland, anderzijds het vertrek, vooral van jonge Joden, naar Palestina.

Het is zeer de vraag of beide verschijnselen den abnormalen leeftijdsopbouw van het Nederlandsche Jodendom ten gunste zullen beïnvloeden. De Joden vormen in Nederland een regressief bevolkingstype, d. w. z. een bevolking, waarin het aandeel der ouder dan vijftig-jarigen overweegt. Dit regressieve karakter vertoont zich

1) „De Economist , 1935, blz. 356.

it

Sluiten