Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

decennia streng heeft gehouden aan de voorschriften der religie, is aan sterken twijfel onderhevig. Ware dit toch het geval geweest, dan zouden de hier medegedeelde uitkomsten andere hebben moeten zijn.

Doch hetzelfde geldt ook voor het niet-Joodsche deel van het Nederlandsche volk. Voor beide groepen geldt, dat de sociale factoren in de laatste halve eeuw zich hier sterker hebben doen gelden. De sociale factoren welke, zooal niet naar beperking, dan toch naar vermindering der geboorten drijven — concentratie in steden, hoogere huwelijksleeftijd, vergrooting van welstand, e.d. kunnen latent blijven zoolang de kracht der religie zich doet gelden. Met het verzwakken of vervallen dier kracht winnen de sociale factoren aan beteekenis.

Voor geen godsdienstige groep is dit proces reeds geëindigd. De toeneming van volkstelling tot volkstelling van de groep personen zonder kerkelijke gezindte, welke voornamelijk gevoed wordt uit het Protestantsche volksdeel, is hiervan het bewijs. De toeneming van deze groep, tezamen met de verzwakking van de kracht der godsdienstige gezindheid bij een deel van hen, die nog officieel tot een kerkelijke gezindte behooren, zal in de toekomst nog verdere demografische wijzigingen ten gevolge hebben.

Het feit, dat de Joden in sommige opzichten de andere groepen in die ontwikkeling reeds vóór zijn, doet de mogelijkheid ontstaan, dat de geboortedaling bij die andere groepen relatief grooter zal wezen.

De ontwikkeling der demografische verhoudingen bij de Joden is ook uit een algemeener oogpunt dan dat van het Nederlandsche Jodendom van belang.

In den modernen tijd is de daling van het percentage der bevolking, dat op het land woont en de stijging van het percentage in de steden, voor schier elk volk als geheel regel geworden. De in dit opzicht bij de Joden in Nederland gebleken ontwikkeling is dan ook, wat haar strekking aangaat, in dezen zin niet abnormaal. Zij is echter als abnormaal te beschouwen, omdat zij in zoodanige mate van strekking tot realiteit is geworden, dat zij, zooals hierboven bleek (bladzijden 29 v.v.) het bestaan van een gezond evenwicht onmogelijk heeft gemaakt.

Sluiten