Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 12.

De aanslag is in zijn geheel opvorderbaar:

a. wanneer de belastingschuldige in staat van faillissement is verklaard;

b. ingeval van executoriaal beslag ten laste van den belastingschuldige;

c. wanneer belastingschuldige voornemens is, zijn bedrijf te staken, zulks geheel ter beoordeeling van het College van Gedeputeerden.

Artikel 13.

De modellen van de kohieren en aanslagbiljetten worden vastgesteld door het College van Gedeputeerden.

Artikel 14.

(1) Deze verordening kan worden aangehaald als „Verordening autobusbelasting Oost-Java".

(2) Zij treedt in werking met ingang van 1 Januari 1030.

Artikel 15.

Met ingang van 1 Januari 1930 worden ingetrokken de na te noemen verordeningen, alle zooals deze sedert zijn aangevuld en gewijzigd, behoudens voor wat betreft de regeling en de invordering van aanslagen betrekking hebbende op vóór dien datum reeds ingetreden belastingjaren.

1. De verordening op de motorrijtuigenbelasting van den voormaligen Plaatselijken Raad van Soerabaja, Modjokerto, Grissee en Bodjonegoro van 31 Mei/5 October 1921, Extra Bijvoegsel No. 24 der Javasche Courant van 2 December 1921 No. 96.

2. De verordening op de motorrijtuigenbelasting van den voormaligen Gewestelijken Raad van Rembang van 22 December 1921/26 Juni 1922, Extra Bijvoegsel No. 15 der Javasche Courant van 28 Juli 1922 No. 60, welke krachtens artikel 4 van de ordonnantie van 19 December 1927, Staatsblad 557, is blijven gelden voor het gebied, dat ingevolge de ordonnantie van 19 December 1927, Staatsblad 556, is toegevoegd aan het ressort van den voormaligen Plaatselijken Raad van Soerabaja, Modjokerto, Grissee en Bodjonegoro.

i9B

HBB

Sluiten