Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verordening op de heffing en invordering van een motorrijtuigenbelasting in de Provincie Oost-Java (ā€˛VERORDENING MOTORRIJTUIGENBELASTING OOST-JAVA").

Verordening van 2-5 October 1929, goedgekeurd door den Gouverneur-Generaal bij besluit van 28 December d.a.v. No. la en vervolgens afgekondigd in het B.P.B. van 31 December 1929, Serie A No. 18.

De verordening is gewijzigd bij verordening van 30 December 1930, welke laatste door den GouverneurGeneraal is goedgekeurd bij besluit van 30 Mei 1931 No. 27. Deze wijzigingsverordening heeft op haar beurt een wijziging ondergaan bij verordening van 13 October 1931. Beide wijzigingen zijn afgekondigd in het B.P.B. van 4 November 1931, Serie A No. 12.

De Provinciale Raad van Oost-Java

stelt vast de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van een motorrijtuigenbelasting in de Provincie Oost-Java

Artikel 1.

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. Motorrijtuig: elk rij- of voertuig, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het rij- ol voertuig zelf aanwezig, anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen, alsmede alle daarbij behoorende volgrijtuigen en (of) zijspan- of aanhangwagens;

b. Motorrijwiel: elk motorrijtuig, dat voorzien is van een zadel als zitplaats van den bestuurder;

c. Personenauto: elk motorrijtuig, geen motorrijwiel zijnde, dat kennelijk is ingericht voor het vervoer van personen;

d. Vrachtauto: elk motorrijtuig, geen motorrijwiel zijnde, dat kennelijk is ingericht voor het vervoer van goederen;

e. Houden: het bezitten, bewaren dan wel in beheer ot gebruik hebben van een motorrijtuig;

/. Houder: hij, die een motorrijtuig houdt.

Sluiten