Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2.

In de Provincie Oost-Java wordt onder den naam van motorrijtuigenbelasting een belasting geheven wegens het houden van motorrijtuigen binnen de Provincie Oost-Java.

Artikel 3.

(1) Belastingplichtig is de houder.

(2) Desnoodig beslist het College van Gedeputeerden, wie als houder van een motorrijtuig zal worden aangemerkt.

(3) Indien een motorrijtuig in gemeenschap met anderen wordt gehouden, beslist het College van Gedeputeerden, te wier name de aanslag ten kohiere zal worden gebracht.

(4) Van de belasting zijn vrijgesteld de consuls en consulaire ambtenaren van vreemde mogendheden, die geen Nederlandsch onderdaan zijn, mits zij binnen Nederlandsch-Indië geen bedrijf of ander beroep uitoefenen.

Artikel 4.

(1) De belasting bedraagt per jaar:

a. motorrijwielen

voor een motorrijwiel f 12-

„ ,, met zijspanwagen f 18.—

b. voor personenauto's

met 2 of 3 zitplaatsen ' 42.

met 4 'of 5 „ '

met 6 of 7 ,, f

met meer dan 7 zitplaatsen f 84.

c. voor vrachtauto's

met een laadvermogen van:

ten hoogste 1 ton ' 108.

o f 180 —

5» 99 * 99

•i f 252.—

99 99 U 99

4 f 324.—

>! >> ^ "

meer dan 4 ton f ^08.

d. volg- en aanhangwagens

voor iedere volg- of aanhangwagen f 90.

(2) Voor vrachtauto's en aanhangwagens, welke geheel voorzien zijn van luchtbanden, is de helft van bovenstaand

tarief verschuldigd.

(3) [B.P.B. 1931, Serie A No. 12; i.w.g. 4 December 1931].

Sluiten