Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 12.

(1) De belasting is vorderbaar in twee gelijke termijnen.

(2) De verschijndagen zijn de eerste dag van de eerste en van de vierde maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet is uitgereikt.

(3) Het College van Gedeputeerden kan op een gemotiveerd daartoe strekkend schriftelijk verzoek betaling in meer termijnen toestaan.

(4) [B.P.B. 1931, Serie A No. 12; i.w.g. 4 December 1931 *)]. Bij niet betaling binnen een maand na den verschijndag wordt de aanslag verhoogd met vijf ten honderd van het verschenen bedrag.

Artikel 13.

(1) Voor de betaling der belasting, verschuldigd door een minderjarige, onder curateele gestelde, krankzinnige of afwezige, is ook diens wettelijke vertegenwoordiger aansprakelijk, alsof deze zelf was aangeslagen.

(2) Woont die vertegenwoordiger buiten NederlandschIndiƫ, dan is de gemachtigde of elke andere persoon, die hier te lande voor den minderjarige, onder curateele gestelde, krankzinnige of afwezige optreedt, op gelijke wijze aansprakelijk.

Artikel 14.

Indien ingevolge artikel 3, lid (3), de aanslag ten name van meerdere personen is vastgesteld, zijn deze hoofdelijk voor de betaling aansprakelijk.

Artikel 15.

De belasting is in haar geheel opvorderbaar, wanneer de belastingschuldige in staat van faillissement is verklaard, in geval van executoriaal beslag ten laste van den belastingschuldige, of wanneer belastingschuldige, zulks ter beoordeeling van Gedeputeerden, de Provincie metterwoon gaat verlaten.

Artikel 16.

[B.P.B. 1931, Serie A No. 12; i.w.g. 4 December 1931].

(1) Ontheffing van den aanslag wordt door het College van Gedeputeerden verleend:

*) Terugwerkende kracht tot 1 Januari 1931 met dien verstande, dat het gewijzigde voorschrift -voor het eerst van toepassing is geweest op aanslagen over het belastingjaar 1031.

Sluiten