Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Indische Staatsregeling, de Zelfbesturende Landschappen, de Waterschappen en de Inlandsche Gemeenten, voor zoover dit vervoer uitsluitend geschiedt voor den openbaren dienst;

b. al het overige buitengewoon vervoer van een Regentschap over wegen in beheer bij dat Regentschap.

Artikel 3.

(1) [B.P.B. 1935, Serie A No. 8; i.w.g. 2 Juni 1935 *)]. Behoudens het bepaalde in het tweede lid van artikel 2 is belastingplichtig de natuurlijke of rechtspersoon, voor wiens rekening de onderneming gedreven wordt of werd.

(2) Indien een onderneming voor rekening van meerderen wordt gedreven, is de belastingplicht hoofdelijk.

(3) Indien meerdere ondernemingen voor rekening van denzelfden persoon of personen worden gedreven, wordt voor iedere onderneming afzonderlijk een aanslag opgelegd.

(4) Voor het vervoer van eenige onderneming naar de andere kan slechts voor één onderneming een aanslag worden opgelegd.

Artikel 4.

(1) [B.P.B. 1934, Serie A No. 6; i.w.g. 29 Juli 1934**)]. Grondslag voor de berekening der belasting is het buitengewoon vervoer ten behoeve eener onderneming over wegen in het aan het belastingjaar voorafgaande kalenderjaar.

(2) [B.P.B. 1934, Serie A No. 6; i.w.g. 29 Juli 1934**)]. Indien het in het eerste lid bedoelde buitengewoon vervoer niet heeft plaats gehad, dient tot grondslag voor de berekening der belasting het buitengewoon vervoer ten behoeve eener onderneming over wegen in het belastingjaar.

(3) [B.P.B. 1935, Serie A No. 8; i.w.g. 2 Juni 1935 *)]. Bij staking van het bedrijf in den loop of aan het einde van het belastingjaar wordt over dat jaar voor de onderneming, mits te haren behoeve het daaraan voorafgaande jaar buitengewoon vervoer plaats had, een aanslag opgelegd, gegrond op het in het belastingjaar te haren behoeve bewerkstelligde buitengewoon

*) Terugwerkende kracht tot 1 Januari 1935 niet dien verstande, dat dit gewijzigde voorschrift voor het eerst van toepassing is geweest op aanslagen over het belastingjaar 1935.

**) Terugwerkende kracht tot 1 Januari 1934 met dien verstande, dat dit gewijzigde voorschrift voor het eerst van toepassing is geweest op aanslagen over het belastingjaar 1934.

Sluiten