Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervoer, onder gelijktijdige ontheffing van den over het belasting jaar volgens het eerste lid van dit artikel voor de onderneming opgelegden aanslag, met uitzondering van de daarin begrepen verhoogingen.

(4) [B.P.B. 1935, Serie A No. 8: i.w.g. 2 Juni 1935 *)]. Toepassing van het derde lid blijft achterwege, indien niet binnen den in het eerste lid van artikel 6 onder letter c gestelden termijn aangifte is gedaan van het in het belastingjaar plaats gevonden buitengewoon vervoer en de hierop te gronden aanslag minder zou bedragen dan de aanslag volgens het eerste lid.

Artikel 5.

[B.P.B. 1930, Serie A No. 11; i.w.g. 18 November 1930**) en

B.P.B. 1936, Serie A No. 3; i.w.g. 7 Februari 1936].

(1) De belasting bedraagt f 0.05 per tonkilometer of gedeelte daarvan.

(2) Het belastingjaar is het kalenderjaar.

Artikel 6.

(1) [B.P.B. 1935, Serie A No. 8; i.w.g. 2 Juni 1935*)]. De belastingplichtige of de beheerder dan wel een der beheerders is verplicht aangifte in de wegenbelasting te doen voor de berekening der belasting volgens:

a. het eerste lid van artikel 4, vóór 1 Februari van het belastingjaar;

b. het tweede lid van artikel 4, binnen een maand, nadat het tot grondslag voor de berekening der belasting dienende vervoer is beëindigd;

c. het derde lid van artikel 4, binnen een maand, nadat het bedrijf werd gestaakt.

(2) De aangifte geschiedt schriftelijk door inlevering van een aangiftebiljet bij den Gouverneur. Desverlangd wordt bij de inlevering een ontvangstbewijs uitgereikt.

(3) De aangever is gehouden de in dit aangiftebiljet gestelde vragen schriftelijk, duidelijk, stellig en zonder voorbehoud naar waarheid te beantwoorden en dit antwoord te onderteekenen.

*) Terugwerkende kracht tot 1 Januari 1935 met dien verstande, dat dit gewijzigde voorschrift voor het eerst van toepassing is geweest op aanslagen over het belastingjaar 1935.

**) Terugwerkende kracht tot 1 Januari 1930.

Sluiten