Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verordening tot bescherming van 's Lands bosschen en tot uitvoering van het bepaalde in de artikelen 59, lid (1), 60, leden (1) en (3), 64, lid (1), en 65, lid (1) van de Boschverordening Java en Madoera 1932 (Staatsblad 1932 No. 466) („BOSCHBESCHERMINGS VERORDENING PROVINCIE OOST-JAVA").

Verordening van 8 December 1932 (Afg. B.P.B. van 30 Januari 1934, Serie A No. 1), zooals zij is gewijzigd bij de verordeningen van 14 September 1934 (Afg. B.P.B. van 27 September 1934, Serie A No. 9), 29 Maart 1935 (Afg. B.P.B. van 29 April 1935, Serie A No. 6) en 19 December 1935 (Afg. B.P.B. van 22 Januari 1936, Serie A No. 1).

De Provinciale Raad van Oost-Java stelt vast de volgende verordening:

Verordening tot bescherming van 's Lands bosschen en tot uitvoering van de artikelen 59, lid (1), 60, leden (1) en (3), 64, lid (1), en 65, lid (1 ), van de Boschverordening Java en Madoera 1932 (Staatsblad 1932 No. 466).

HOOFDSTUK I.

Aanwijzing van kringen, hout- en wildhoutsoorten, wildhoutpasgebieden en rivieren, als bedoeld in de artikelen 59, lid (1), en 60, lid (1) letters ben c, en lid (3) letter a, van de Boschverordening Java en Madoera 1932.

Artikel 1.

(1) [B.P.B. 1935, Serie A No. 6; i.w.g. 30 April 1935J. Als kringen, binnen de grenzen waarvan het krachtens artikel 59, lid (1), van de Boschverordening Java en Madoera 1932 verboden is, onbewerkt djatihout en onbewerkt hout van de bij artikel 2 aangewezen wildhoutsoort — met uitzondering, zoo wel wat het djatihout als het wildhout betreft, van brandhout korter dan 1V2 m en dunningsdolken, welke aan den voet geen grooter middellijn hebben dan 12 cm — in bezit te hebben, indien de

Sluiten