Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(10) [B.P.li. 1935, Serie A No. 1; i.w.g. 21 Februari 1936j. Voor de in het vorige lid bedoelde klasse-indeeling der bamboesoorten geldt de indeeling, zooals deze bij besluit van den Hoofdinspecteur, Hoofd van den Dienst van het Boschwezen, is of nader zal worden bepaald.

HOOFDSTUK IV.

Voorschriften, als bedoeld in artikel 65, lid (1), van de Bosch verordening Java en Madoera 1932, betreffende het weiden van vee, het snijden van veevoeder en het halen van strooisel in de niet-ingerichte en voorloopig ingerichte bosschen.

Artikel 7.

(1) Het weiden van vee is verboden in:

a. alle plantsoenen;

b. alle boschgedeelten, welke bestemd zijn om binnen 10 jaar

kunstmatig te worden be- of herbeboscht;

c. alle terreinen, waar maatregelen worden genomen voor een natuurlijke be- of herbebossehing;

d. [B.P.B. 1934, Serie A No. 9; i.w.g. 28 September 1934/ alle terreinen, welke intensief moeten worden beschermd;

e. de in stand te houden bosschen in de boschbeheerseenheden Lawoe—Ponorogo en Wilis—Toeloengagoeng—Trenggalek en in de boschbeheerseenheid Bondowoso, voor zoover omvattende de in stand te houden bosschen op den Jang, het Idjenplateau en van de Baloeranreserve, met uitzondering van de door den betrokken boschbeheerder aangewezen terreinen.

(2) Het in het vorige lid bedoelde verbod moet ter plaatse door of vanwege den betrokken boschbeheerder door middel van kenteekenen, waarvan het model door den Hoofdinspecteur, Hoofd van den Dienst van het Boschwezen, moet zijn goedgekeurd, op duidelijk zichtbare wijze worden kenbaar gemaakt.

(3) In de bosschen, niet vallende onder het eerste lid van dit artikel, mag de Inlandsche bevolking haar vee weiden, met inachtneming van de volgende voorschriften:

a. het vee moet onder geleide zijn van ten minste één hoeder voor elke tien stuks groot vee of voor elke twintig stuks klein vee;

Sluiten