Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3) De intrekking van de vergunning geschiedt zonder voorafgaande ingebrekestelling, terwijl de vergunninghouder daaraan geen aanspraak op schadevergoeding kan ontleen en.

Artikel 9.

(1) Indien een vergunning, als bedoeld in artikel 1, door het College van Gedeputeerden is ingetrokken, kan dit College den gewezen vergunninghouder of diens rechthebbende(n) schriftelijk de verplichting opleggen om de door den gewezen vergunninghouder aangelegde werken en inrichtingen op eigen kosten geheel of ten deele op te ruimen en de verlaten groeven te dichten en gelijk te maken met het omringende terrein overeenkomstig de daaromtrent in de vergunning gegeven voorschriften, binnen een daarvoor te stellen termijn, zullende — indien een en ander niet binnen dien termijn is verricht — die werkzaamheden van Provinciewege kunnen geschieden op kosten van den gewezen vergunninghouder of diens rechthebbende(n).

(2) Op gelijke wijze kan worden gehandeld, indien de vergunninghouder of diens rechthebbende(n) in gebreke blijft met de uitvoering van werkzaamheden, welke krachtens de voorschriften of de voorwaarden der vergunning van hem worden gevorderd.

Artikel 10.

Het College van Gedeputeerden is verplicht ervoor zorg te dragen, dat alvorens een vergunning, als bedoeld in artikel 1, wordt verleend of ingetrokken dan wel toestemming wordt verleend tot overdracht op derden, overeenkomstig het bepaalde bij lid 3 van artikel 14 der Instellingsordonnantie van de Provincie Oost-Java (Staatsblad 1928 No. 295) het Hoofd van den Dienst van den Mijnbouw is gehoord.

Artikel 11.

(1) Van alle beslissingen, welke op grond van deze verordening door het College van Gedeputeerden zijn genomen, staat binnen één maand na de dagteekening van het besluit, waarbij de betrekkelijke beslissing is genomen, beroep open op den Provincialen Raad.

(2) Hangende het beroep, wordt de beslissing tot intrekking, wijziging of aanvulling van een vergunning geschorst.

Sluiten