Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 12.

(1) Overtreding van de verbodsbepaling, gesteld bij artikel 1, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste honderd gulden.

(2) De voorwerpen, waarmede de overtreding is gepleegd, kunnen, voor zoover zij den veroordeelde toebehooren, worden verbeurd verklaard.

(3) De verplichting tot naleving van de bepalingen van deze verordening rust in de gevallen, waarin zij toepassing moeten vinden ten aanzien van een rechtspersoon, op de leden van het bestuur of bij ontstentenis van die leden, op den vertegenwoordiger van den rechtspersoon.

Artikel 13.

(1) Met het toezicht op de naleving en de opsporing van overtreding van artikel 1 van deze verordening, zijn mede belast de ambtenaren van den Provincialen Waterstaat van den rang van mantri af en hooger.

(2) De opsporingsambtenaren, bedoeld in lid (1) van dit artikel, zijn bevoegd, na zich daartoe bekend te hebben gemaakt bij den vergunninghouder of bij dengene, die den vergunninghouder ter plaatse vertegenwoordigt, de in verband met de verleende vergunning in gebruik zijnde terreinen, gebouwen en inrichtingen te allen tijde te betreden.

(3) De vergunninghouder is verplicht de in lid (1) van dit artikel bedoelde ambtenaren op hun daartoe strekkende vordering tot die terreinen, gebouwen en inrichtingen toe te laten, zoomede hun alle voor het toezicht noodige inlichtingen te verstrekken.

Artikel 14.

Deze verordening, welke kan worden aangehaald als „Delfstoffenverordening Provincie Oost-Java", treedt in werking met ingang van den dertigsten dag na dien harer afkondiging.

Artikel 15.

Slotbepaling.

Het bepaalde in de artikelen 4, lid (2), 5, lid (1), voor zoover betreft de verplichting tot vooruitbetaling, indien althans krachtens het vergunningsbesluit een jaarlijksche vergoeding per ha

Sluiten