Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 26.

Aansluitingskosten.

(1) [B.P.B. 1934, Serie A No. 9; i.w.g. 28 September 1934]. Behalve voor een één-fase-aansluiting voor verbruikers, die volgens tarief C (artikel 21) worden aangesloten, moet voor elke installatie, welke voor het eerst of na volledige afbraak der huisaansluiting opnieuw wordt aangesloten, de aanvrager, alvorens aan zijn aanvraag tot stroomlevering gevolg wordt gegeven, een bijdrage in de aansluitingskosten betalen aan het electriciteitsbedrijf.

(2) [B.P.B. 1934, Serie A No. 9; i.w.g. 28 September 1934]. Deze bedraagt:

A. bij lage spanning:

a. voor een één-fase-aansluiting (twee draden) met ten hoogste 3 punten van stroomafneming: f 10.— (tien gulden);

b. voor een twee-fase-aansluiting (drie draden): f 15.— (vijftien gulden);

c. voor een drie-fase-aansluiting (vier draden): f 20.— (twintig gulden);

d. voor elk steunpunt, dat tusschen de straatrooilijn of, bij gebreke daarvan, tusschen de grens van het erf en het aan te sluiten perceel voor de aansluitleiding geplaatst moet worden, extra f 15.— (vijftien gulden);

B. bij hooge spanning:

voor het gedeelte van den aansluitkabel, gelegen tusschen de straatrooilijn of, bij gebreke daarvan, tusschen de grens van het erf en het aan te sluiten perceel, per meter, extra f 4.— (vier gulden).

(3) Voor het tijdelijk afsluiten en weder inschakelen van een aansluiting, hetzij op verzoek, hetzij wegens wanbetaling, wordt in rekening gebracht f 1.—• (één gulden).

HOOFDSTUK VIII.

Rekeningen en betalingen.

Artikel 27.

Bepaling van het stroomverbruik. (1) Het bedrag van de electriciteitsrekening wordt volgens de vastgestelde tarieven bepaald op grond van de aanwijzing of volgens de instelling der contróletoestellen.

Sluiten