Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 4.

In de verantwoordingen mogen niet worden opgenomen de aan ondergeschikten verleende voorschotten.

De daarvoor ontvangen kwitanties moeten worden beschouwd als kasgeld.

Artikel 5.

De houders van sommen ter goede rekening houden één algemeen kasboek aan. Het kasboek wordt ingericht overeenkomstig het bij dit besluit behoorend model I en wordt door de houders van sommen ter goede rekening persoonlijk bijgehouden. Voor de ingebruikneming worden de kasboeken van de rekenplichtigen genoemd in artikel 1 onder

1. a

2. b, c, j, 1 en n

3. d tot en met i

4. k

5. m

door

1. den Gouverneur,

2. den Secretaris,

3. het Hoofd van den Provincialen Waterstaat,

4. het Hoofd van den Provincialen Landbouwvoorlichtingsdienst,

5. het Hoofd van den Provincialen Veeartsenijkundigen Dienst,

gefolieerd en geparafeerd, ten bewijze waarvan op het titelblad de volgende verklaring wordt gesteld:

Dit kasboek bevat folio's, welke alle door mij zijn

gewaarmerkt.

, den 19

[Handteekening en kwaliteit] *).

In het kasboek worden alle ontvangsten en uitgaven zoomede de verstrekte en verrekende werkvoorschotten, kort en duidelijk, zonder radeeringen, schriftdelgingen en open vakken in de volgorde, waarin ze zijn geschied, geboekt. Het kasboek

*) De eerste alinea van artikel 5 is aldus geredigeerd bij besluit van '25 Januari 1935, i.w.g. 1 Februari 1935.

Sluiten