Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het Paasspel in de Middeleeuwen

Het geestelijk toneel.

De weerzinwekkende tonelen die de romeinse burgers in 't begin onzer jaartelling, en nog lang daarna, in de openbare theaters te aanschouwen kregen, kon de jonge christenkerk tenslotte slechts met één afdoend middel tegengaan : een volstrekt verbod voor haar gelovigen deze oorden des bederfs te bezoeken.

Met de val van het machtige rijk, na de volksverhuizing, verdwijnen tal van cultuurproducten en decadentie-uitingen.

In West Europa wist men niet eens meer wat toneel betekende.

Alleen kloosterlingen kenden het bestaan van klassieke spelen, producten der griekse en romeinse dramaturgen.

Dezelfde kerk die het toneel van de aardbodem had weggevaagd wordt onbewust de moeder van een nieuw toneel.

De zinrijke plechtigheden die op en bij het priesterkoor iedere ochtend plaats vinden worden de bron, waaruit in de negende eeuw reeds de eerste symptomen van een liturgisch toneel opborrelen.

De onvergetelijke gebeurtenissen die eeuwen geleden hun dramatische, wereld-schokkende ontknoping vonden op de Calvarieberg, op Golgotha, zijn ons bewaard in de heilige teksten die wij evangelies noemen.

Speciaal het passieverhaal, het zeer uitvoerig schilderstuk van het lijden en sterven Onzes Heren Jezus Christus, is rijk aan dialogen. Een grote levendigheid en sterke bewogenheid, die ons nu nog treffen, maakten op de middeleeuwer sterke indruk. Tijdens het officie, de offerdienst der heilige mis, hoorde en zag de gelovige een sobere nabeelding van de bloedige offerande op de kruisberg.

Op Goede Vrijdag was de christen getuige van de symbolische Kruisonthulling en plechtige ommegang door de kerk, die besloten werd met het neerleggen van het Kruishout in een nagebootst graf.

In de nacht voor Pasen, nadat de metten gezongen waren, ging een priester, met een palmtak in de hand, bij het graf zitten.

Hij moest een engel voorstellen, wakend en wachtend. Drie vrouwen (in werkelijkheid geestelijken) kwamen dan naar het graf, zogenaamd om het lichaam van Jezus nogmaals te balsemen.

Een beurtzang, vrijwel woordelijk uit het evangelie, overgenomen, ontwikkelde zich aldus:

De Engel: Quem queritis ? (d.i. Wie zoekt ge ?)

De Vrouwen: Jesum Nazarenum. (d.i. Jezus, de Nazareeër).

De Engel: Non est hic ! (d.i. Hij is hier niet!)

Allen : Allelujah ! Surrexit Dominus ! (d. i. hallelujah ! de Heer

is verrezen !)

Zeker, dit is nog geen toneelspel, maar toch al wel een toneeltje, een handeling plus een samenspraak. De tekst was in de taal der Kerk: in t latijn, en de uitvoering in handen van clerici.

Was deze dialoog afgelopen dan werd de doek, of het kruis, aan het volk vertoond.

Sluiten