Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opzettelijk heeft later Mr. Donath, mijn bekwame raadsman, aan de Rechtbank het subsidiaire voorstel gedaan, om alle psychiaters te hooren, die mij gedurende de interneerings-periode hebben ontmoet.

In Meerenberg waarde een andere geest over mij.

Ik kreeg dadelijk vrij verkeer in het park. Den 2en dag maakte ik een prachtige wandeling met familie en middagmaalde bij deze lieve menschen tot mijn vertrek. Dr. Kraus deed het mogelijke, om me te leeren kennen. Elk bezoek moest opbiechten over wat men van mij wist: „Is Uw broer iemand om a bout portant een mensch dood te schieten”, zoo kwam Kraus mijn zuster tegemoet. Den 3en dag kwam hij me ’s avonds vertellen, dat ik 27 Maart, den 7en dag, zou ontslagen worden en toen 25 Maart mijn vrouw kwam, voegde hij haar toe: „Uw man heeft hier aller harten gestolen.” En toch, toen hij mij op 27 Maart de hand tot afscheid reikte en zei „het was of er een vriend heenging” heeft hij zich neergezet en schreef aan... dr. Schnitzler over mijn ontslag: Zoo’n beetje „amende honorable”. Vooral de vraag aan Schnitzler om te zorgen, dat de correspondentie met hem niet in de pers zou komen, deed mij gruwen. Geweldig mooi echter was zijn levendige belangstelling in den oproep voor Boeijink. Ik hoorde dit van de brave hoofdzuster Nieuwenhuyze, die me een aardige bijdrage overreikte namens vele verpleegsters, verplegers en zelfs van verpleegden.

De procedure tegen dr. Schnitzler bracht Kraus en mij uiteen. Hij vreesde, dat ik den geheelen psychiatrischen kring tegen mij zou krijgen. Wat dat beteekende zou ik door de procedure leeren kennen. Eerst toen heb ik den durf van Kraus leeren waardeeren, om me zoo snel los te laten. Ook heb ik hooren zeggen, dat aan dr. Kraus, den 24e Maart te Zutphen zou zijn toegevoegd ter griffie van de Rechtbank: „U moet weten, wat U doet, als U hem loslaat.” Blijkbaar wist hij dat heel goed, want den 27en ging ik huistoe.

De procedure begon in Augustus 1934 en de schriftelijke pleidooien eindigden omstreeks December 1934. Dr. Schnitzler produceerde tal van onderhandelingen met den inspecteur der gestichten, dr. Francken, ook nog met dr. Kraus. Hij had overal geleurd. Het vreeseliikste klonk mii. dat W. C.

Sluiten