Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Krankzinnigenwet heeft opgemaakt, onderteekend en afgegeven ;

„overwegende, dat de Rechtbank daartoe bij haar bovengenoemd vonnis van 6 Mei 1935 aan thans wijlen Prof. Dr. L. Bouman en aan Dr. H. van der Hoeven en Prof. Dr. H. C. Rümke heeft opgedragen om een onderzoek in te stellen, omtrent de navolgende vragen:

1. Is gedaagde’s onderzoek in een geval als dit reeds onverantwoordelijk te achten, nu dit onderzoek slechts heeft bestaan in het bij wonen van eischers verhoor door den Rechter-commissaris op 28 Februari 1934 en in het bestudeeren van de in voormeld vonnis sub A. en B. genoemde stukken?

2. Is het onverantwoordelijk te achten dat gedaagde op grond van dat verhoor en van die stukken tot de conclusie is gekomen dat eischer destijds in een toestand van krankzinnigheid verkeerde en met name lijdende was aan een ziekelijk querulantisme met intelligentie defect?

3. Is het onverantwoordelijk te achten, dat gedaagde op grond van dat verhoor en van die stukken tot de conclusie is gekomen dat er destijds gevaar bestond dat eischer tot gewelddaden zou overgaan en zijn plaatsing in een krankzinnigengesticht daarvoor noodzakelijk was?

overwegende dat de deskundigen in hun rapport dd. 25 November 1935 de eerste vraag ontkennend hebben beantwoord, daar het somtijds mogelijk is op grond van inlichtingen en een groot aantal schriftstukken tot het aannemen van een pathologischen toestand te besluiten, hetgeen in dit geval inderdaad mogelijk was op de gronden, die bij de beantwoording van de tweede en derde vraag nader zullen worden uiteengezet, terwijl wanneer dan uit een dergelijk onderzoek schijnt te volgen dat er kans bestaat dat de onderzochte gevaar zal opleveren voor zichzelf en anderen, dit voldoende mag worden geacht, om een aanvrage tot intemeering op te grondvesten;

overwegende dat de deskundigen ter beantwoording van de sub 2 en 3 vermelde vragen nauwkeurig hebben onderzocht, of dr. Schnitzler voldoende grond had om de in de geneeskun-

Sluiten