Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorm over het subject zelf, een gericht gehouden tegen den burger. Het Carnaval is in wezen een verwoede, volhardende polemiek tegen iederen vorm van stabiliteit. Want stabiliteit is voor den schrijver verstarring en verstarring beteekent dood. Hij is zich bewust — men zie ook het citaat uit Thomas Mann dat het laatste hoofdstuk inleidt — dat de moeilijkste weg naar het leven voert door den dood, maar dit neemt niet weg dat hij het verkalkend bederf in het leven voortdurend ervaart als een vorm van den dood. Ook deze tegelijkertijd lucide en blinde woede tegen eiken vorm van versteening leidde er toe dat hij haar zocht en bestreed in telkens andere beelden, maar zij geeft tevens aan het Carnaval het bij alle beheersching verbeten en onverzoenlijk accent.1)

Het was niet onjuist hem een stroomaanbidder te noemen. Hij verdedigt met een onvermoeibare voorkeur, die zich telkens opnieuw bewijzen en oprichten wil aan de oorspronkelijke kracht van het leven, de primaire en zelfs primitieve vitaliteit,

*) Dit element is het ook waardoor menschen als E. du Perron en A. C. Willink het Carnaval met een instemming lazen die een vorm van zelfherkenning was.

Sluiten