Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vóórdat de verstarring in het dogma, in de classiciteit, in de opvoeding, in het huwelijk begint: de ongereptheid der kinderen, het visioen van den dichter, den droom van den minnaar, de mystiek van den geloovige. Hij verdedigt het vloeiende, bewegelijke, ongevormde en ongevestigde leven tegen het eeuwig bevriezingsproces van den dood. In tallooze beelden — met tallooze voorbeelden nog te vermeerderen — wordt hier een guerilla gevoerd tegen het Beeld; nadat de naam aan het uiterste van zijn elasticiteit is bezweken, wordt het naamlooze geprezen, nadat het intellect zijn grenzen heeft bereikt, wordt de onbegrensdheid erkend, nadat de burger zijn volste maat heeft gehad, wordt de dichter in hem bevrijd.

Intellectualistisch en mystisch noemt zich de carnavalsmoralist en al is de term mystisch minder gelukkig, men begrijpt wat de schrijver bedoelt: voor den totalen mensch zijn alle antithesen die hier met zooveel bittere volharding worden gesteld tenslotte niets dan elkanders wisselende schaduw; nog een stap — und es gibt überhaupt keine Gegensatze mehr. Maar vóórdat dit inderdaad laatste inzicht hem schemert, heeft de carnavalsmoralist diezelfde antithesen

Sluiten