Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slotte keert in de Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull het thema nogmaals in een nieuwe extreme gedaante terug. De zwendelaar, een autobiografische metamorphose van den auteur, spreekt over zichzelf in uitgelezen plechtige en afgemeten termen, die door de contrastwerking met wat hij vertelt de vis comica vormen van het verhaal, maar tegelijkertijd ironiseert Thomas Mann in de figuur van Krull zichzelf; terwijl hij tevens het kunstenaarschap nog sterker verdacht maakt dan vroeger door het niet slechts met bewustzijn, ziekte en dood te verbinden, maar ditmaal zelfs met criminaliteit.

Hoewel beiden, Thomas Mann en Ter Braak, als verirrte Bürger zijn te beschouwen, staat bij den eerste het leven niet tegenover den burger, maar realiseert het zich vol en onproblematisch juist in den burger. Lijnrecht hiermee in strijd — althans op het eerste gezicht — voert Ter Braak in het Carnaval tegen den burger zijn verbitterd gevecht. Maar, als men nader toeziet, gaat het in wezen noch bij den een noch bij den ander om de antithese tusschen burger en dichter in den engeren zin van het woord. Deze begrippen zijn, hoe teekenend ook in hun tegenovergestelde functies, tenslotte

Sluiten