Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vooral dit ontdekken van Frankrijk heb ik met Nietzsche meegemaakt," zegt de Politicus in de passage waarin hij de namen noemt die voor Nietzsches psychologie van beslissend belang zijn geweest: Chamfort, Galiani, Diderot en Stendhal.1) Welnu,

biedt meer dan enkele hoofdstukken van hem te lezen, maar het is duidelijk dat zijn affiniteit met Ter Braak geringer is dan deze bij zijn ontdekking van Stirner heeft vermoed. Vooral zijn solipsisme en nihilisme passen slecht bij Ter Braak. *) Omgekeerd vindt men bij Stendhal ettelijke nietzscheaansch te noemen elementen.

Arthur Schurig formuleert in zijn inleiding bij Friedrich von Stendhal (Henri Beyle) Gedanken, Meinungen, Ge schichten aus den Büchern iiber Mozart, Rossini, Bonaparte, Literatur, Lander und Leute op de volgende wijze een essentieel stendhaliaansch element, dat echter tevens kenmerkend is voor Nietzsche en E. du Perron: „Beyle und mehr oder minder auch seine Geschöpfe, die Gestalten seiner Dichtungen, haben, ihnen zugeströmt aus hundert Gestalten der Geschichte, der Legende, der Dichtung, bestimmte Ideen über die Glücksmöglichkeiten auf Erden, und diese Ideen verkörpern sich ihnen im Laufe ihrer Entwicklung zu imaginaren hohen Vorbildern, denen ihr Ich, ihr sich allmahlich erhöhendes Ich, zustrebt. Mit andern "Worten, das ursprüngliche Ich wandelt sich dem Vorbilde zu. Das Ziel dieser Selbstverwandlung ist die ideale Freiheit nach einem Kardinalgesetz. Dieses höchste Gesetz ist die Achtung vor sich

Sluiten