Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuilt hij zich achter een uitspraak van Gide: Malheur aux livres qui concluent; ce sont ceux qui d'abord satisfont le plus le public; mais au bout de vingt ans la conclusion écrase le livre. Hoeveel moediger was op dit stuk de carnavalsmoraal wier „laatste conclusie moet zijn, dat zij haar gevolgtrekkingen maakt om ze morgen te herroepen, niet met beschaamdheid, maar met trots."

In Der Wille zur Macht keeren verwerkt en veranderd enkele motieven terug uit Nietzsches vroegsten tijd. De droom dien hij zag werd gevoed met herinneringen aan de voor-socratische cultuur, gedragen en doorspeeld door een dionysisch visioen. Het is teekenend dat Ter Braak noch Nietzsches „grieksche" geschriften, noch de in sommige accenten reeds pathologische, maar grootsche boeken van zijn slotperiode anders dan in het voorbijgaan vermeldt. Zijn voorkeur gaat uit naar de verrukkelijke zorgeloos heldere sfeer van Die fröhliche Wissenschaft, naar de meesterlijke psychologische ontdekkingsreizen van Jenseits en Zur Genealogie der Moral. In deze keuze openbaart zich het duidelijkst wat ik Ter Braaks eclectische verhouding tot Nietzsche heb genoemd. Want hoewel alleen een

Sluiten