Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zoo even geciteerde uitspraak geeft, aangevuld door hetgeen op dit stuk in Een Dubbelganger te vinden is,Ter Braaks meening ten aanzien van het probleem der positiviteit, der toekomst en der verkondiging, dat hij in VanOude en Nieuwe Christenen stelde maar openliet, zeer duidelijk weer. De vrees die hem in dit opzicht beheerscht is echter, als ik het goed zie, nog uit enkele andere factoren dan de door hem reeds genoemde samengesteld. Hij vreest

dalen, ook hij wil een idealen mensch, al verzet zich alles in hem tegen het magere scharminkel der beroepsidealisten. Ook de psycholoog is partij-man, al gruwt hij van partij-idealisme en zal hij nooit een partij vinden of stichten; dat hij zichzelf niet cadeau geeft aan voor de hand liggende idealen en zoolang mogelijk zijn houding van onpartijdig toeschouwer en geërgerd of geamuseerd pessimist bewaart, bewijst, dat zijn eigen partijinstinct hem lang verborgen blijft. Zie Nietzsche: hij begon als philoloog, toevallig specialist der wetenschap en vond zich tenslotte terug als partijman van den Übermensch, nadat hij de psycholoog der psychologen van Europa was geweest". Van belang voor de vermoedelijke richting van Ter Braaks verdere ontwikkeling is het artikel over Denis de Rougemont in Het Vaderland van i Januari 1938, waarin hij de halve conclusie van zijn Christenen in aanleg completeert met een nieuw perspectief.

Sluiten