Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer dan 30 jaren hèr, interesse toonde voor de Limburgsche grottenfauna en daaraan in den loop dier lange jaren voortdurend zijne belangstelling heeft verpand, zoodat niemand beter dan hij met dit onderwerp vertrouwd mag heeten.

Kijk! zóó is P. Schmitz — één der auteurs van „de St. Pietersberg”-....

Dat ik aan hem zoovele regels durfde wijden dank ik aan ’t feit dat hij, tot tegen den herfst, in ’t buitenland toeft en me derhalve toch niet kan bereiken als hij me hierover mocht willen kapittelen. In ’t najaar is alles wel weer vergeven en vergeten....

Maar met de andere schrijvers moet ik voorzichtig zijn.

Voor hen toch ben ik ’n gemakkelijke prooi als zij me ter verantwoording zouden willen roepen.

En dies: na wat ik over Schmitz schreef, volsta ik met van hen te getuigen: zijn navenant!....

* * *

Ik meen hiermee genoegzaam te hebben doen uitkomen dat de heer van Schaïk zeer gelukkig is geweest in de keuze zijner medewerkers voor het totstandbrengen van „de St. Pietersberg”.

Dat de samensteller van ’t boek de fijn gevoelde attentie heeft gehad om er ook eene plaats in te geven aan: „een Paaschwandeling over den St. Pietersberg in 1914 door E. Heimans” zal met mij aan velen onzegbaar veel genoegen doen.

Die Paaschwandeling toch is, helaas, Heimans’ laatste pelgrimage geweest naar Zuid-Limburg....

Wat Zuid-Limburg voor den Noord-Nederlander was en is en blijft heeft Heimans ons destijds verteld in: „Mededeelingen van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg 1911”.

„Zuid-Limburg — zegt hij — is voor ons Noord-Nederlanders, althans voor zoover wij tevens natuurvrienden zijn en binnen de grenzen willen blijven, het mooiste en beste, dat wij aan landschapschoon kennen.

Zeker, wij hebben onze Drentsche heiden, onze Veluwe en de hooge Rijnoevers allemaal dichter bij huis; en die waardeeren wij ten volle; maar het is niet dat, wat ons Zuid-Limburg te genieten geeft. De wijde luchten en stemmige velden, de rivieren met hun weelderige uiterwaarden, de bruine of paarse, eindelooze heiden, de zandheuvels met dennen of wit glinsterend stuifzand, wij kennen hun

Sluiten