Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Vogezen, Schwarzwald en Alpen, om wereldwijs te worden.

In waarheid, het is mijn op eigen ervaring berustende overtuiging, dat de Nederlandsche natuurvriend, ook de student in geografie, botanie, zoölogie en geologie, die immers samen de heele aardsche natuur omvatten, geen betere voorschool, geen beter oefenveld dan Zuid-Limburg kan kiezen. Hij vindt er al zooveel planten van Midden-Europa, van de kalkgronden vooral, dat hij niet meer verbijsterd staat door den overvloed van vreemde gewassen in het bergland van Midden-Europa; hij vindt er de vlinders en kevers die boven de Maas ontbreken en die hem op weg helpen bij zijn entomologische studies in het buitenland, hij kan er, op één plekje bijeen, grondlagen aantreffen uit de vier hoofdtijdperken der aardgeschiedenis; hij vindt er, in den beroemden fossielrijken Pietersberg, ook bij Epen en Vaals — op de plaatsen zelf, waar zij eens leefden, duizenden eeuwen geleden — de dieren en planten, die hem de oogen kunnen openen voor de schoone studie, die zooveel te zeggen heeft tot den denkenden mensch dezer eeuw, de geologie.

Zuid-Limburg, ik persoonlijk heb veel, heel veel aan u te danken; moge mijn woord, als dank, en in ruil, een opwekking tot kennismaking zijn, vooral, voor velen van mijn landgenooten in het vlakke Noorden, en ook voor de bewoners van Limburg zelf, die nog lang niet genoeg beseffen, wat schoons zij vlak bij huis bezitten.”

♦ * *

De uitgave van „de St. Pietersberg” in den vorm, waarin deze thans verschijnt, doet mij persoonlijk prettig aan.

Aan den St. Pietersberg toch heb ik jeugdherinneringen, die me mijn leven lang zijn bijgebleven.

Als ik, in ’t begin der tachtiger jaren, in Meerssen ter schole ging, mocht ik op ’n goeden dag met een gezelschap Meerssenaren meê naar St. Pieter bij Maastricht.

St. Pieter bezoeken en den berg van binnen niet aandoen zou hetzelfde geweest zijn als Rome bezoeken en den Paus niet zien.

Dies trokken wij den berg in... .

Hier heb ik de eerste sensatie beleefd der aanschouwing van iets wat voor mijn kinderblikken grootsch was en geheimzinnig en me een gevoel van angst op ’t lijf joeg.

Voor de hooge zuilengangen schaars verlicht door de walmende flambouw van onzen gids, die bij latere bezoeken steeds op mij zoo-

Sluiten