Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOLLE WEG LANGS HET FORT ST. PIETER.

heuvels was gestegen, gingen alle paardebloemen, madeliefjes en pinksterbloemen open in de vochtige graslanden.

Voor iemand, die deze lente niet had zien aankomen, was het een overrompeling, om te schrikken van zoo’n onverwachte ontplooiing, die ook wel iets tooneelachtigs kreeg. Of de natuur een effect wilde bereiken, een vertooning geven, zoo snel ging het. Gold het niet zoo’n afgezaagde uitdrukking, dan zou „bij tooverslag” hier het verkoren woord zijn; juist, was het in elk geval. Inderdaad, of ze op een signaal gewacht hadden, zoo kwamen op stel en sprong de hommels en wespen uit den grond; ook de bijen en de zwevende bloemvliegeh, wollen dotjes met lang vooruit gestoken zuigsnuit, of fijn geel met wit geteekende diertjes. Ze veegden even de vleugels en de sprieten, gonsden en zoemden een poos, en dronken zich dan dronken aan bloemensap.

De zangvogels sloegen, floten, piepten als dol door elkaar; merels, zanglijsters, vinken, groenlingen, zwaluwen zelfs vlogen dartel van zonneweelde met overmoedige vliegtoeren van boom tot boom. De fijngesnebde zangvogeltjes, pas uit warmer landen teruggekeerd,

Sluiten