Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkten blijkbaar onverwachts, dat het hier toch ook zomer kon worden. De boompieper steeg trillerend tot boven de boomen uit en zweefde glorieus schuin weer omlaag onder luid galmende tingslagen. De fitis rekte zijn dalend vinkenlied tot anderhalf maal de lengte van gewoonlijk, en gunde zich haast geen pauze; de tjiftjaf gaf een drieslag, in plaats van zijn gewone maatzang. Alles deed buitensporig.

Met de bloemen op de hellingen van den berg was het niet anders; aan den zonnekant van den hollen weg zag je de anemonen, die tot nu toe overhangende rosé of witte klokjes geleken, zich oprichten en zich wijd uitspreiden tot groote witte zes- of zevenpuntige sterren, ze ketsten de zonnestralen terug, dat de bloem ging schitteren. Nu vielen ook de aardige groene dobbelsteenbloempjes van het muskuskruid in het oog tusschen de goudgele sterren van het speenkruid. Tegen den bovenrand staan een menigte plantjes, die verwarrend veel gelijken op aardbeien, zoowel door de witte bloem als door het blad; maar aardbeien zullen ze nooit dragen, ’t Is de dubbelganger er van.

Bij duizenden en duizenden hangen de gele sleutelbloemen, de primula veris, op hun rechten langen stengel; hier en daar ziet de grond er geel van.

Alle netels zijn ook al klaar; onze gewone Hollandsche witte en paarse netels, hebben hier in Limburg rijk gezelschap van de mooie gevlekte doove-netel. Die heeft veel grooter bloemen, lichtpurper of wijnrood, met duidelijk honingteeken; de bladeren dragen soms een zilverwitte middenstreep. Ook de prachtige gele-doove-netel draagt blad met zilverwitte vlekken.

Tot de slakken toe zijn ontwaakt, allerlei huisjes schuiven langzaam langs stengel en blad; witte, gele, rosé, effen of gestreept en gestippeld. Eten doen ze, schijnt het, vandaag niet. Wel draagt de rand van de huisjesmonding een nieuw, pas aangebracht verlengstuk; dat ziet er nog glasachtig en bi;oos uit, net een vliés; ze zijn bezig hun huis te vergrooten, nu de zomer is aangekomen. Misschien hebben ze juist veel voedsel opgenomen in de natte periode, die aan dezen warmen, haast al te warmen zomerdag voorafging, en zijn ze nu in den zonneschijn bezig met het omzetten van een deel van hun reserve in een nieuwen kalken winding om hun huis. Ze bewegen zich althans uiterst langzaam; of ze zitten stil tegen een kalken paalt je of een boomstam.

Daar beginnen alle klokken van Maastricht en van de dorpen in het rond, ook die van St. Pieter en van Canne, te beieren en te

Sluiten