Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staan, hebben uitgekozen om op te rusten of er honing uit te zuigen.

* * *

Nu moet ik u toch ook van den berg in het dal brengen. Maar eerst nog even rondkijken. Ge hebt naar Zuid en Noord en Oost uren ver het volle gezicht op de zwak golvende vlakte, waarin zich de Maas een diep effen dal heeft uitgeslepen. Eerst aan den neveligen horizon rijzen weer de bergen. Gij zelf staat op den Zuid-Oostrand van den berg, die steil als een muur het kleine smalle tafelvlakke Maasdal onder uw voeten afsluit.

Let ge niet op den torenhoogen steilrand vóór en onder u, ziet ge achter u naar den berg, dan is ook deze een vlakte, een hoogvlakte met weinig verheffingen; een plateau met een paar lage heuveltjes en rugjes, meer niet. Alleen de spitsen van torentjes, die even over de jonge wintertarwe heen kijken, zeggen u, dat daar weer een diepte, een dal ligt; en dat die hooge velden de breede top van een berg moeten zijn; een berg van een goede honderd meter hoog, die lager wordt naar het Noorden, een paar kilometer breed is en verscheidene lang. Want de kerkspitsen van Maastricht ziet ge zoo flauw, dat de afstand stellig een paar uur gaans moet zijn.

Zoo is de St. Pietersberg; en hoe is hij zoo geworden?

Ge kunt dit vragen aan de geleerden, aan geografen en geologen, die al sedert vele jaren boeken over den oorsprong van den St. Pietersberg hebben geschreven. Maar ge kunt het ook vragen aan den berg zelf en aan het dal.

Loop maar eens een kwartiertje rond om die mooiste belvedère van Limburg, waar gelukkig nog geen hotel, zelfs geen oriënteertafel of ook maar een handwijzer staat.

Let eens op den bodem.

Misschien verwondert ge u, dat ge hier op het hoogste punt van den berg geen krijtgrond met vuursteen ziet, zooals onderaan; maar een dunne laag grof grint, keisteenen, precies als aan de vlakke oevers van een groote rivier.

Indien ge eenige kennis hebt van gesteenten of alleen maar zooveel belangstelling er voor, dat ge verschil en overeenkomst wilt opmerken, dan zult ge dadelijk zien, dat de keien en keitjes hierboven op den berg stukjes zijn van de Ardennen, brokjes uit de rotsen van Hoog-België. Alle evenwel zijn ze plat of rond geslepen door bewegend water, door den golfslag, en het schuiven op en over elkaar op den bodem en aan den oever van een rivier met sterk

Sluiten