Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verval; van een rivier, die pas van de bergen komt en nog kracht heeft om vuistgroote keien voort te rollen.

Ge raapt hier van die bruine en grijze ijzerharde kwartskeien op, kwartsiet uit Luxemburg; ook blauwgrijze platte steenen met driekante en vierhoekige scherpgeteekende deukjes erin, die ontwijfelbaar vertellen, dat ze meegevoerd zijn uit de buurt van Laroche of nog zuidelijker uit de Cambrische gesteenten van Zuid-Oost België. Andere brokjes bewijzen u hun herkomst uit het westen, uit de steenkoolbergen en uit de kalkrotsen van Hoei, een enkele fossiele koraal toont nog zuidelijker herkomst; die is ergens uit de buurt tusschen Namen en Dinant vandaan; een mooie roode puddingsteen, rond als een bikkel, heeft langzaam, heel langzaam den weg afgelegd van Dave of Profondéville naar de Nederlandsche grens. Kortom, ge staat op den bergtop aan de Maas, en toch in een vlakte aan den oever van dezelfde Maas, maar van de Maas uit vroeger eeuwen, toen het rivierwater honderd meter hooger stroomde; sedert heeft het zich het diepe dal daar onder u uitgeslepen. Daardoor dus is de bergtop vlak land, doordat hij zich eertijds niet boven het dal verhief, hij was er nog niet uitgemodelleerd, nog niet schijnbaar opgeheven door het verdwijnen, het wegvoeren en wegvloeien van zijn omgeving.

Het grint onder uw voeten is het hooge, oude Maas-terras, het breede dal, dat de bergstroom eens tot den rand vulde met de keienmassa’s, die hij meerolde uit de rotsen, welke hij tevoren had doorbroken. Later heeft hij er zich al dieper en dieper ingegraven, en nu ligt zijn bed meer dan zestig meter onder uw voeten.

Vlak aan den steil-rand, in de klei gedrukt, haalt ge nog een gladden, ronden steen voor den dag, lichtblauw met witte vlekken. Dat is de beroemde blauwe vuursteen, ook een getuige, maar één uit nog veel oudere tijden.

Die spreekt van nog meer dan duizend eeuwen her, toen de zee hier boven tegen de krijtrotsen klotste en de ruwe vuursteenen met hun witte korsten, zooals ze nog onder aan in den berg zitten, loswoelde en ze bij duizenden tot ballen en bikkels rolde in de heftige branding.

Al verder en verder trok ze zich terug die oude zee, de bodem rees en werd tot land, dat werd ingesneden en afgeslepen door het stroomende zoete water en toen kwam weer een stukje bloot van wat, nóg veel vroeger, ook al eens zeebodem was geweest de bodem van de krijtzee, waar eens de Maas zijn diepe bed zou graven. Op dit punt van de oude krijtzeebodem staat ge nu. Als ge u moe hebt

Sluiten