Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is een ideaal wegje voor een natuurvriend, om het even, of de natuur globaal of specifiek zijn liefde heeft, of hij meer let op. het grootsche geheel met zijn algemeene merkwaardige schoonheid, dan op de merkwaardige planten, dieren, delfstoffen die hij passeert. Ik zal ze u niet opnoemen al de vlinders, kevers en vogels, die daar op den mooien Paaschmorgen zich blijkbaar verlustigden in den zomerschen zonneschijn. Ga, al is het wat later in het jaar, dien weg eens langs. Misschien is er nog meer leven in de boschjes, misschien zijn de kleuren van den berg en zijn begroeide wanden dan ook nog even mooi. Verder in den zomer is de niet geriefelijke weg, mogelijk wat te open en te warm, om hem met vol genot ten einde te loopen. En ook te stoffig.

Halverwege komt ge langs een afstorting, waar in dit voorjaar al het bouwland meters dik bedolven werd onder het bergpuin. En dan, dicht bij Petit Lanaye, rijzen weer loodrecht de krijtwanden op. Deze wanden zijn hier begroeid met koraalvlier, kornoelje, klimop, muurbloem, sleedoorn en witte kersen; zwarte vuursteenbanden loopen evenwijdig aan elkaar door den lichten steen; zwarte kauwtjes zitten er tegen den witten wand gedrukt, gelijk de witte meeuwen tegen den zwarten Bass-rock op de Schotsche kust. En waar ge weer tegen het kanaal stuit, doordat de Maas den berg nadert en de vlakte tot eenige meters wordt vernauwd, daar moet ge eens door de struiken dringen tegen de berghelling op. Hier heeft de woestijnwind na den ijstijd de poedervormige klei, van het Oosten uit, tegen den berg opgewaaid. Dit löss ligt er een meter dik op. Doet ge aan geologie, dan kimt ge er löss-fossielen, voornamelijk het harige Lössslakje, Helix hispida, bij tientallen met uw mes uitpeuteren. Daar op de klei bloeit met Paschen een weelde van voorjaarsbloemen: maagdepalm, sterremuur, en vooral van anemonen, de witte, zoowel als de zeldzame gele anemoon, bij honderden.

Twintig pas verder gaat ge over een vonder. Nu loopt de groote weg vlak langs den berg. Geeft ge er niet den voorkeur aan, het pad tegen de wand op te klauteren, en boven over langs Caestert te gaan, dan zult ge u, na een paar uur eenzaamheid, weer het gezelschap moeten getroosten van fietsen en auto’s.

Ge kunt ook den berg zelf induiken en een poosje in de donkere gangen dwalen. Daarvan heb ik u een paar jaar geleden al eens wat verteld. Dat blijft ook altijd de moeite waard, al is het niet voor den eersten keer, dat ge den tocht doet.

Sluiten