Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dieper gemaakt, waarbij alleen die in de nabijheid van de uitgangen onveranderd bleven of langzaam in de diepere gangen afdaalden. Meestal kan men aan de wanden en hoeken in de hoogte de uitslijpingen van de wielnaven nog waarnemen, zoodat nog te zien is, waar vroeger de gangvloeren hooger gelegen hebben. Ook is meestal de manier van uitwerken der lagere gedeelten wat anders dan in het tijdvak, waarin de bovenste verdieping van de gang ontstond, zoodat dan langs de wanden duidelijk de oude vloerhoogte te zien is. Men kan veelal drie verdiepingen van uitwerking herkennen, hoewel er ook plaatsen zijn, waar de uitdieping vier- tot- vijfmaal plaats had.

De wijze, waarop de gangen in de verschillende heuvels van Zuid-Limburg zijn ontstaan en ook heden ten dage wel verder worden uitgebreid, is niet overal dezelfde. Men onderscheidt hoofdzakelijk de zgn. „Canner-werkwijze”, welke, althans in de latere tijden, hoofdzakelijk in den St. Pietersberg is toegepast en de methode, welke in Valkenburg, Sibbe en Geulem wordt gevolgd.

Het onderaardsche gangennet van den St. Pietersberg is het grootste en uitgebreidste, dat bestaat en bijna over de volle uitgestrektheid heeft men de gangen uitgediept, zoodat het bijna uitsluitend hooge gangen zijn, welke men in den berg aantreft. De hoogste gangen reiken tot 12 a 15 meter! Dit wijst er ook op, welk een enorme massa steen er in den loop der tijden uit den berg is gehaald, welke dan ook verre die van andere heuvels overtreft, waarin men, behalve een minder uitgestrekt gangennet ook veel minder hooge gangen aantreft, zoodat men daar, o.a. te Valkenburg, nog een bijzondere benaming heeft voor het dieper maken der gangen; men spreekt daar nog van het zgn. „dieptewerk”, terwijl dit in den St. Pietersberg meer een vanzelfsprekend iets is.

Vooral in de laatste eeuwen werden de „grotten van St. Pieter” een beroemde bezienswaardigheid van Af aast richt en verwierven ze een bekendheid, welke tot ver in het buitenland reikte. Ook het sinds omstreeks 1700 op den noordpunt van den berg gebouwde fort St. Pieter, dat deel uitmaakte van de verdedigingswerken van Maastricht en door middel van een wenteltrap gemeenschap had met de onderaardsche gangen, was oorzaak, dat men in het buitenland, vooral in Frankrijk, groote belangstelling voor den berg toonde.

De grootste ingang van de onderaardsche gangen bevond zich tot 1916 aan de zijde van het Jekerdal, niet ver van het fort, terwijl er verder aan de oostzijde van den berg een aantal ingangen was, welke zich vanaf het fort tot voorbij de tegenwoordige zuidgrens van

Sluiten