Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GROOTE INGANG DER ONDERAARDSCHE GANGEN,

AAN DE ZIJDE VAN HET JEKERDAL, WELKE IN 1916 IS INGESTORT.

ons land langs de helling aan de zijde van het Maasdal bevonden. Het was één groot, uitgebreid gangenstelsel, dat zich nagenoeg over den geheelen berg, dus over meerdere honderden meters in de breedte en ongeveer drie kilometers in de lengte, uitstrekte. Tot in het begin van de negentiende eeuw kon men dit gangenstelsel nog in alle richtingen doorloopen en kon men bijv. ook nog aan de oostzijde binnengaan en aan de westzijde er uitkomen. Door bijzondere oorzaken is daarin verandering gekomen en is het groote labyrinth van gangen als het ware in enkele gangenstelsels verdeeld geworden.

Het waren voornamelijk instortingen, waarvan de berg te lijden had, zoowel kunstmatig door ontploffingen veroorzaakte als later opgetreden natuurlijke instortingen tengevolge van de voorafgegane verzwakking van het gesteente. Voorts konden zich op vele plaatsen door de aanwezigheid van zgn. aardpijpen, grondverzakkingen tot in de onderaardsche gangen voortzetten, zoodat grind en leem, welke oorspronkelijk de bovenlagen van den berg vormden, naar besneden stortten of op den langen duur geleidelijk konden afzakken. Hier en daar kon dientengevolge het regenwater van buiten ook toetreden, waardoor men van inspoeling van den grond kan spreken.

Sluiten