Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen sprake van, dat we er op een of andere wijze doorheenkwamen.

Vanuit de in het westen, in Januari 1930 bereikte gangen en onbekende instortingsgebieden, konden we met onze ervaring een heel eind verder komen en we zijn toen begonnen met de doorkruipbare gedeelten der instortingen ten opzichte van de oude plattegrond, waarop de oorspronkelijke gangen ter plaatse stonden aangegeven, in kaart te brengen. Waar we niet verder konden begonnen we voorzichtig de puinhoopen weg te ruimen of door de blokken een opening vrij te maken. Op een bepaalde plaats hebben we zoodoende plat op de buik liggend een weg vrij gemaakt en het verwondert mij nog, dat wij juist daar zoo goed „beet” hadden en daarna inderdaad in ingestorte gedeelten kwamen, waarin we zelfs gebukt of rechtop loopend verder konden gaan.

De van oost- en westzijde verkende gebieden kwamen, afgaande op onze oriënteering op de oude teekeningen, tenslotte zeer dicht bij elkaar, slechts gescheiden door een vrij dunnen wand, welke ten deele ook door de instortingen beschadigd was. Nadat toen deze wand vanaf de andere zijde was doorboord en we door het gemaakte gat kropen, was voor het eerst na het begin van de vorige eeuw de berg weer van west naar oost doorkruist; dit gebeurde op 14 Januari 1930.

Hierdoor en door de daarna nog voortgezette verkenningen was het bewezen, dat we hier inderdaad met een groot instortingsgebied hadden te doen en dat daar, waar de tunnel moest komen, op geen enkele wijze meer iets was terug te vinden van de gangen, welke we op de oude plattegrond hadden uitgezocht om dienst te doen voor de geprojecteerde verbindingsweg in aansluiting op de gemaakte toeleidingstunnel.

Deze laatste was inmiddels in het najaar van 1929 met de gangen aan de oostzijde in verbinding gebracht en de in Januari 1930 bereikte resultaten zouden nu verder moeten leiden tot plannen om toch een doortocht naar het westen tot stand te brengen. Ook daartoe is toen nog menige „ïnstortingsexpeditie” noodig geweest en, al waren we op de meeste plaatsen, waar we de route van den te maken doortocht al bereikt hadden, in zuidelijke richting toch altijd vastgeloopen (we hadden er geen behoefte aan om verder zuidwaarts door te dringen), slechts op één enkele plaats was dit niet het geval en zijn we op een gegeven oogenblik maar teruggekeerd omdat voortzetting van de gevaarlijke expeditie geen practisch nut meer kon hebben.

Ik heb reeds beschreven, hoe de eerste kennismaking met de

Sluiten