Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderaardsche gangen op mij dezelfde geheimzinnige indruk gemaakt heeft en hetzelfde hulpelooze gevoel gegeven heeft, als dit bij de meeste menschen het geval is, die er voor het eerst inkomen. Ook heb ik, toen we er de tweede maal op goed geluk ingingen, het gevoel gehad erin verdwaald te zijn, zoodat ik kan begrijpen hoe iemand te moede is, wanneer hij tot die ontstellende zekerheid komt en als een waanzinnige gaat heen en weer loopen om te trachten den weg op de een of andere manier terug te vinden. Er is daarbij geen sprake van eenig nadenken of van op ervaring gegrond onderzoek van zijn omgeving om zich rekenschap te geven van'wat hij eigenlijk doet: er is niets wat hem eenige aanwijzing kan geven dat de gangen, waarin hij loopt, al of niet dicht bij den ingang liggen. Het is een machteloosheid, die slechts volkomen zou worden, indien zijn eenige hulpmiddel voor bewegingsvrijheid, de lichtbron, mocht zijn opgebruikt.

Het is dan ook zeer goed te begrijpen, dat zich vroeger wel ongelukken tengevolge van het verdwalen hebben voorgedaan, want wanneer men geen licht meer heeft, en het niet bekend is, dat er iemand in den berg is verdwaald, is redding vrijwel uitgesloten en heeft men den hongerdood voor oogen. Evengoed is het te begrijpen, dat de eenvoudige lieden, die als gidsen de gangen aan vreemdelingen lieten zien, deze gruwzame en sensationeele zijde van de gangenwereld in kleuren en geuren wisten af te spiegelen. Wil men echter in het wezen ervan dieper doordringen, dan moet men öf andere voorlichting hebben, óf zelf in de gelegenheid zijn tot een nadere kennismaking met den St. Pietersberg.

Bij het werk, dat we in den berg hebben gedaan, is die nadere kennismaking van het grootste belang geweest; het dwong ons tot een verkenningswerk, waarvan de invloed op ons eigen denken en doen ten aanzien van het te verrichten werk weer zijn bijzondere waarde had. Natuurlijk ontkomt niemand bij het werk, waarin hij gesteld is, bij het zien van nieuwe dingen of bij het maken van een reis aan den invloed, welke de toevallige levensomstandigheden, waarin hij verkeert, op hem uitoefenen. Wanneer men in die vreemde, eenzame onderwereld' genoodzaakt is, hetzij met een ander samen hetzij alleen eri in gevaar te werken, ver van de wereld, dan geeft dit een eigenaardige geestélijke terugslag. Volslagen duisternis, volkomen stilte, gevaar en hulpeloosheid, het zijn zeker omstandigheden, die er toe bijdragen, dat men tot de overtuiging komt daar niets te vertellén te hebben en dat men zich uitermate klein gevoelt tegenover de krachten, die er heerschen. Onwillekeurig vergelijkt men het met

Sluiten