Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den geoloog en aan den technicus meer te zeggen dan de oppervlakkige beschouwer wel denkt. De verschillende lagen van het gesteente zijn duidelijk te zien en de typisch gevormde breukvlakken en gewelven geven eenige aanduiding omtrent de drukkrachten, welke in de massa heerschen en aanleiding tot het breken- en instorten hebben gegeven. De rondom verspreid liggende blokken, welke uit de plafondlagen zijn omlaag gevallen, zijn uitermate hard en doen zien, dat deze bovenste lagen voor ontginning geheel ongeschikt waren. Men heeft de hardere lagen als plafond laten zitten en de gangen zelf in het zachtere gedeelte uitgehouwen.

De verdere tocht gaat door kleine poortvormige gangetjes, welke in de laatste jaren zijn gemaakt ten behoeve van den tunnelaanleg, hoewel ze op eenigen afstand van de tunnel zijn gelegen. Ze maken deel uit van een hulpweg, welke is aangelegd tot in het instortingsgebied, naar een punt, dat ongeveer boven de tunnel is gelegen, welke onder dat gebied doorloopt. Een hier gemaakte schacht verschafte een nooduitgang aan de werklieden, welke in de toen nog slechts tot daar gevorderde voorbouwtunnel werkzaam waren.

De genoemde hulpweg kan men volgen tot waar men het tunnelspoor ziet en een blik kan werpen in de tunnel zelf; wanneer het doffe geratel de nadering van een mergeltrein aankondigt, kan men deze hier zien voorbijrijden, wat in deze omgeving een eigenaardigen indruk geeft. De hier overvloedige electrische verlichting heeft de geheimzinnigheid van de gangen ten deele weggenomen en men waant zich hier weer eenigszins terug in de bewoonde wereld.

In noordelijke richting teruggaande komt men weer door donkere, hooge gangen, welke niet de minst interessante zijn. Zij vertoonen alle bijzonderheden, waarover in het voorgaande sprake was, de sporen van het verleden, de opeenvolgende uitdieping der verschillende ganggedeelten en de wijze, waarop de mergelblokken zijn uitgezaagd. Ergens heel in de hoogte, vlak tegen het plafond, prijkt het oudste opschrift uit dit gangenstelsel, dateerend uit 1560. Men ziet hier de bryozoënlagen zich op vele plaatsen en op verschillende hoogten duidelijk in den wand afteekenen. De vuursteenen, zij het ook in vergelijking met andere plaatsen in gering aantal (men had ze in de ontgonnen gedeelten natuurlijk ook niet graag!) vertoonen zich hier en daar in de wanden in hun oorspronkelijke ligging, typeerend in bepaalde horizontale lagen.

Een deel dezer gangen, dat aan de westzijde een min of meer

Sluiten