Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier vindt men dan ook nog de plaats aangeduid, waar volgens de van ouds bekende overlevering drie kloosterlingen, die zich met onvoldoende kennis van den weg en zonder de noodige voorzorgsmaatregelen te diep in den berg gewaagd hadden, in 1640 zijn omgekomen. Wel hadden zij, volgens het verhaal, vanaf den ingang een koord gespannen om den weg terug te vinden, maar dit zou los geraakt zijn, zoodat zij alle aanwijzing waren kwijt geraakt. Op de plaats, waar hun ontzielde lichamen later werden gevonden, in een korte, doodloopende gang, zijn in zwart houtskool een paar kloosterlingen geteekend en daaronder leest men:

„4 Kloosterlinghe in dit Spelonck verdooldt synde dood trug ghefonde ten Jare 1640.”

In de eindelooze gangenreeksen zijn hier de ontelbare handteékeningen en opschriften uit allerlei tijdvakken van de laatste eeuwen te zien, welke er door de vele bezoekers zijn aangebracht en nu zelf tot een zekere merkwaardigheid zijn geworden. Het is een onvergankelijk vreemdelingenregister, dat zeker onvolledig is en ook geheel door elkaar ligt! Maar deze door elkaar geschreven aanteekeningen maken het nu juist tot een afwisselend geheel, waarnaar men telkens weer met belangstelling kijkt, omdat af en toe bekende namen in het lichtschijnsel opduiken of temidden van jaartallen uit latere tijden ineens oudere data te zien zijn. Voor wie het geheel eenigszins kan overzien, treden in bepaalde ganggedeelten langzamerhand groepen namen uit ongeveer dezelfde tijdvakken op den voorgrond, zoodat men aannemen moet, dat nu eens het bezoek in het eene gedeelte en dan weer in het andere gedeelte van den berg drukker was. Dit zal wel verband gehouden hebben met de routen, welke verschillende gidsen in opeenvolgende tijden hun bezoekers lieten volgen. Want het is duidelijk, dat men bij een kort bezoek, al zou dit enkele uren duren, toch maar een beperkte rondwandeling door dit groote gangenstelsel maakt, waarbij men maar een uiterst klein gedeelte van het totale aantal gangen te zien krijgt. Het beroep van gids werd in den regel van vader op zoon uitgeoefend, maar men was natuurlijk niet steeds aan denzelfden weg gebonden. Ook zullen in den loop der tijden telkens weer nieuwe gangen begaanbaar geworden zijn, omdat op verschillende plaatsen in den berg nog voortdurend steenen werden uitgehouwen. De begaanbaarheid van de gangen is voorts sterk beïnvloed door het mergelbedrijf, dat zich op den handel in fijne kalkmergel toelegde. Reeds in overoude tijden, ik zal hierop

Sluiten