Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich de mooie witte spruiten, welke men hier en daar in een doodloopende gang op regelmatige rijen ziet staan. Wanneer de spruiten groot genoeg zijn, worden ze door draaien afgewrongen, waarna later nog wel eens een tweede oogst, zij het ook van minder kwaliteit, kan volgen.

De merkwaardigheden, den gangen eigen, en dan in het bijzonder die der hooge gangen, welke ik bij de behandeling van het noordelijk gangenstelsel heb beschreven, kan men natuurlijk ook hier terugvinden. Geschiedkundige bezienswaardigheden treft men hier niet zoozeer aan.

In latere tijden is men er toe overgegaan om op de wanden teekeningen aan te brengen, teneinde den bezoekers wat bijzonders te toonen; ook ging men allerlei toepasselijk beeldhouwwerk maken, betrekking hebbend op voorwereldlijke monsters, zooals men dit ook elders in de Zuid-Limburgsche grotten wel aantreft. Zoo vindt men hier in het stelsel Zonneberg nog een museum, bestaande uit enkele afzonderlijk afgesloten gangen, waarin allerlei is samen- en aangebracht om als merkwaardigheid te laten zien. De Mosasaurus en de Chelonia, de Reuzenschildpad, zijn hier levensgroot uitgehouwen, waarbij de makers zich door hun eigen fantasie hebben laten leiden. De origineele fossielen, welke men er zien kan, geven een betere aanknooping aan de merkwaardigheid van den berg en zijn gesteente zelf. Ook op dit gebied zijn er, althans vroeger, menschen geweest, die, door het vreemdelingenbedrijf en het winstbejag verleid, hun eigen vindingrijkheid boven de natuurlijke merkwaardigheden hebben gesteld; men heeft toen niet alleen origineele fossielen aan het publiek te koop aangeboden, die dan eventueel kunstmatig weer in een mergelblokje werden aangebracht, maar er zelfs allerlei dingen uit latere tijden aan toegevoegd. Zoo werden stukjes beenderen en recente zeeschelpen zorgvuldig in de mergelblokjes gekit om als merkwaardige vondsten aan den man gebracht te worden! Men kan van deze fossielenindustrie nog prachtige producten in het Natuurhistorisch Museum te Maastricht aanschouwen, waar ze naast de echte zijn tentoongesteld!

Het wil mij voorkomen, dat men de groote merkwaardigheid, welke de gangenwereld bezit, te kort doet en althans den indruk bij de aanschouwers ervan verzwakt, wanneer men iets anders gaat aanbrengen of een surrogaat van de werkelijkheid naar voren brengt, om haar aantrekkelijk te maken! Wil men de gangen als bezienswaardigheid exploiteeren, dan dient men deze op zichzelf, met al de wetens-

Sluiten