Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt, dat in den regel de hoofdwegen niet zoover zijn uitgediept als de ernaast liggende gangen, zoodat men links en rechts in donkere laagten ziet, welke veelal met grillige vuursteenhoopen zijn bedekt. Vooral door het nog dieper uitgraven is men in lagen terecht gekomen, welke meer vuursteenen bevatten, wat voor de winning van losse mergel niet zoo’n groot bezwaar was, en men heeft deze steenen natuurlijk steeds terzijde gegooid, daar ze voor niets bruikbaar waren.

Evenals dit met het vorige stelsel het geval was, is ook het stelsel Slavante, tenminste het noordelijk deel ervan, in de laatste eeuwen door duizenden en nog eens duizenden bezoekers doorloopen, waarvan er een zeer groot aantal hun namen op de wanden hebben geschreven. Vooral in dit gedeelte moeten ook vele bekende persoonlijkheden hun naam op den wand hebben achtergelaten, maar hiervan is reeds veel verdwenen, omdat de gedeelten, welke gemakkelijk doorloopen konden worden, voor een groot deel reeds onder het cementstof zijn verdwenen. Meer naar het zuiden komt men in de minder bezochte, afgelegen en voor mergelwinning uitgediepte gangen, waarin de namen slechts in kleiner aantal te vinden zijn; dit is ook te danken aan het ontbreken van gladde wanden onder in de gangen. De namen van de bekende gidsen uit vroeger tijden vindt men overal. Vooral die van Dorlo, een gidsenfamilie, waarin het beroep tot in onze dagen gedurende enkele eeuwen van vader op zoon is overgegaan.

Ondanks de groote belangstelling, welke de Franschen reeds sedert 1748, na de inneming van Maastricht in dat jaar, voor den St. Pietersberg aan den dag hebben gelegd, was het mij nooit mogen gelukken om in den berg eènig spoor terug te vinden van de bezoeken, welke Fransche officieren er aan gebracht hadden. Ook zij ën de Fransche schrijvers moeten toch wel eens hun naam of een of andere aanteekening ergens op den wand geschreven hebben, maar steeds was mijn zoeken daarnaar tevergeefs. Eerst in het najaar van 1937 trof de lichtbundel van mijn lamp ineens een naam, welke mij, in herinnering aan wat ik in Fransche rapporten te Parijs gelezen had, iets bijzonders te zeggen had.

Het was mij uit archief onderzoekingen bekend, dat de Franschen in 1748 reeds een groote plattegrond der gangen, vanaf het fort tot over de tegenwoordige zuidgrens van ons land reikende, hadden vervaardigd. Zij het ook, dat de nauwkeurigheid ervan mij niet zoo groot toescheen als die van de latere plattegronden van het noordelijk stelsel, deze teekening vormde toch een zeër interessant document;

Sluiten