Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al zeer oud te zijn, want men vindt ze ook bijna onleesbaar nog terug in de bovenste gangen van het noordelijk gangenstelsel, op de karwegen, die zeker tot de oudsten van dat gedeelte behooren.

Op verschillende plaatsen trekken aardpijpen onze aandacht, die in den regel van kleine doorsnede zijn, niet meer dan een paar decimeter en veelal in groote groepen dicht bij elkaar te vinden zijn. Meer naar het midden van den berg zijn zij met blauwgrijs zand gevuld, terwijl zij op andere plaatsen bruine löss bevatten, voor zoover zij niet ten deele reeds leeggevallen zijn.

Wanneer men hier de zeer hooge wanden onderzoekt, valt het op, hoe weinig vuursteenen men aantreft in dé voor bouwsteen uitgezaagde gedeelten; daaronder, waar men later de losse mergel ontgonnen heeft, zijn er enkele lagen te zien, waaruit de groote massa overal in het rond liggende vuursteenen afkomstig zijn, maar toch kan men nog niet van vele en dichte lagen vuursteenen spreken, zooals men deze buiten langs den wand van den berg op lager niveau zoo duidelijk kan zien zitten.

Terwijl de verspreid zittende vuursteenen toch typeerend in bepaalde lagen zijn te vinden, komt het af en toe voor, en men ziet dit niet alleen hier, maar ook in de andere gangenstelsels, dat een vuursteen zich als een verticale streep aan den wand afteekent. We hebben hier met een platte schijf te doen, welke op haar kant in de mergel zit en bij het maken van de gang gedeeltelijk is weggebr°ken. Zoo’n verticale, platte vuursteen is in den regel omgeven door een band spierwitte mergel, welke zich naar boven en beneden uitstrekt, doch langzamerhand smaller wordt en verdwijnt. Ongetwijfeld heeft bij de vorming daarvan de werking van water een rol gespeeld, welke ook met het ontstaan van de vuursteenen zelf zeker in verband gestaan moet hebben. Het is nu een merkwaardigheid van het zuidelijk gangenstelsel, dat men daarin hier en daar zulke verticale vuursteenplaten van zeer groote afmetingen aantreft. De meesten zijn zeer dun en teekenen zich ergens aan één zijde van den wand af. Op één enkele plaats bevindt zich echter een steen van buitengewoon groote afmetingen, welke zich over een paar naast elkaar liggende gangen uitstrekt en door een paar kolommen heenloopt ; de gangen zijn dwars door dien steen heengedreven en zijn dus bij het uitwerken als ’t ware door een scherm versperd geweest. Het is het eenige vuursteenscherm van deze buitengewone afmetingen, dat in den berg wordt aangetroffen; het bevindt zich niet ver van de Nederlandsch-Belgische grens.

Sluiten