Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staring (lit. 42), geeft een indeeling in kleine, bij elkaar hoorende gesteentebanken. Volgens sommige auteurs gaat deze fijne indeeling te ver. Zij baseeren hunne meening op het feit, dat vooral de in het profiel aanwezige Bryozoënlagen slechts als lenzen aanwezig zijn. Bovendien komen op sommige plaatsen meerdere dergelijke lagen voor, waardoor het moeilijk wordt om uit te maken welke eikaars equivalent zijn. Al moet dit laatste toegegeven worden, toch mag men deze moeilijkheid niet uit den weg gaan. De fijnere indeeling heeft voor elk geologisch profiel bijzondere waarde. Dit geldt vooral voor de tektoniek, die uit de stratigrafische posities der lagen afgeleid moet worden.

Onder voorbehoud, dat de hier gegeven indeeling zeker nog voor verbeteringen vatbaar is, en alleen gebruikt moet worden voor vergelijkingen van profielen, die onderling niet op al te grooten afstand gelegen zijn, kunnen de lagen van het Maastrichtsche Krijt van den St. Pietersberg als volg^ ingedeeld worden:

Tufkrijt. Lagen met Ostrea larva *) . . . Md4 ± 12.5 m

Bovenste Bryozoënlaag . Md3 ± 1.

Tufkrijt zonder vuursteenen Md2 ± 5. „

Tweede Bryozoënlaag ........ Mdi ± 2. „

Tufkrijt met Ostrea vesicularis en enkele verspreide vuursteenen. Hierin vindt men de bouwsteenlaag van St. Pieter. Aan $e basis een laagje met Stellocavea . . . . . Mc ± 10.

Minder homogeen tufkrijt met Trigonosemus (Terebratella) pectiniformis en hoofdzakelijk grijze vuursteenen ... . . . . . Mb max. 20.— „

Korrelige kalksteen met vele bruine eenigszins eivormige korrels (Koprolithen van Echi-

nodermen) Ma

Dit laagje is slechts plaatselijk bekend bij

de Roode Haan 0.05 „

Grofkorrelige kalksteen met veel vuursteenen in bijna horizontale lagen . . . . . . . Cr4

) De bovenkant dezer lagen vertoont een zeer onregelmatig gevormd verweeringsoppervlak.

Sluiten