Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afb. 11. WAND VAN DEN ST. PIETERSBERG AAN DE MAASZIJDE,

BIJ DE BELGISCHE GRENS.

De nagenoeg horizontale banden van het Gulpener krijt, Cr 4, zijn hierop goed te vervolgen; in het midden bovenaan een doline, ontstaan door wegzakking van de bovenlagen in de onderaardsche gangen.

land onder spanning, die door schollendaling langs de storingen weer werd opgeheven. Hierdoor kon de zee, waardoor het Gulpensch krijt tot afzetting gekomen was, weer over het kort geleden verlaten zeegebied transgredeeren. Dat deze, naar het Zuiden voortdringende zee, het voorheen gedeponeerde materiaal aangetast heeft, blijkt uit het groote glauconietgehalte der onderste lagen, het enkele meters dikke Cr 3® De op dit glauconietkrijt liggende lagen Gulpensch, het Cr 3b, zijn in het algemeen glauconietvrij. Zij bestaan uit witte, fijnkorrelige kalksteenen ter dikte van 40 m, die soms schrijfkrijtkarakter krijgen, doch meestal uit zachte kalksteenen, die bij verweering in platte platen uiteenvallen. Naar hun gebruik voor het bouwen van broodovens wordt dit gesteente „bakovensteen” genoemd. Soms is deze kalksteen, waarschijnlijk door verweering, als een vettige massa aanwezig. Op dit dikke, vuursteenvrije kalksteenprofiel, volgt een enkele meters dikke laag van fijnkorrelig wit krijt, met regelmatige lagen groote platte vuursteenen. Aan deze vuursteenvorming zijn waarschijnlijk de groote partijen gebroken vuursteenen ontleend, die op vele plaatsen in het hooger gelegen Gulpensch krijt, Cr 4, voorkomen. Het Cr 4 krijt is nog in een dik profiel aanwezig in den wand

Sluiten