Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze omstandigheid heeft oudere onderzoekers, o.a. Staring, er toe gebracht, om deze afzettingen als gelijktijdig ontstaan te denken. Nadat U b a g h s, en na hem anderen, de overlapping geconstateerd hadden, kon de gelijktijdigheid van het ontstaan niet langer gehandhaafd worden. Toen dit standpunt verlaten moest worden, hebben sommige onderzoekers het standpunt ingenomen, dat het Kunrader Krijt, althans ten deele, met het Maastrichtsche Krijt geidentificeerd moest worden. Uhlenbroek heeft bijv. de gelijkstelling aangenomen van het coprolithenlaagje van het Maastrichter Krijt met het geheele Kunrader Krijt, een meening, die ook U b a g h s eenigen tijd gehuldigd heeft. Ook deze opstelling is bij nader onderzoek onhoudbaar gebleken. Umbgrove heeft duidelijk aangetoond, dat het Kunrader profiel ouder is dan het Maastrichtsche. Zelfs is hij zoover gegaan, om tusschen deze beide afdeelingen een terrestrische periode in te lasschen. Umbgrove stelt zich dus voor, dat eerst de Kunrader zee transgredeerde in het gebied, waar men thans haar sediment vindt. Daarna heeft de zee zich teruggetrokken. Op deze terugtrekking volgde een transgredeerende zee, waarin het Maastrichtsche Krijt werd gesedimenteerd op de plaatsen, waar het nu nog aanwezig is, mogelijk zelfs iets buiten die grenzen.

De meening, dat het krijtmassief een ongebroken blok was, heeft dezen gedachtengang zeker beïnvloed. Dat ter plaatse, waar thans Maastrichtsch Krijt wordt aangetroffen, in den Kunrader tijd een landoppervlak aanwezig was, is echter door geen enkel feit bewezen. Alleen staat vast, dat er geen sediment werd afgezet. Met evenveel recht, als het aannemen van een landoppervlak, kan men de opvatting verdedigen, dat in dien tijd een zwak transgressief abrasievlak gevormd werd. Voor deze zienswijze pleiten vrijwel alle feiten, welke thans ter beschikking staan.

Maar als er in de omgeving van Maastricht geen landperiode geweest is gedurende den Kunrader tijd, dan blijft toch het feit bestaan, dat in dit deel van Zuid-Limburg twee complexen van kalkgesteenten, van geheel verschillende geaardheid, naast elkaar aanwezig zijn, waarvan het jongere alleen in het grensgebied op het oudere rust. Als men de mogelijkheid verwerpt, dat voor elk dezer vormingen een, door een terrestrische periode gescheiden, transgressie moet worden aangenomen, dan moet men er een andere verklaring voor in de plaats kunnen stellen. Het opstellen eener dergelijke verklaring is zeer goed mogelijk. Voor het bestek van deze studie bestaat alleen de moeilijkheid, dat men voor het beschrijven

Sluiten