Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de hier kort geschetste tektonische wisselwerkingen kunnen belangrijke conclusies getrokken worden.

Na elke opheffing van het achterland werd een eventueel in het voorland aanwezige zee gedwongen zich in noordwestelijke richting terug te trekken.

Na de regressie kon de zee eerst weer in het verlaten gebied terugkeeren als de daling, door zakking langs de storingen, zoover was voortgeschreden, dat het landschap beneden het zeeniveau gebracht was.

Waar de zee-transgressie kon plaats hebben, werd bepaald door de schollen, die aan de daling langs de storingen hadden deelgenomen.

Het is nu zeer opvallend, dat de westelijke

verbreidingsgrens van het Kunrader Krijt en de oostelijke errens van het

Maastrichter Krijt ongeveer samenvallen met de zooeven genoemde meer stabiele strook van Zuid-Limburg. Ten Oosten van deze meer stabiele strook ligt ’t schollengebied, dat door de storingen van Benzenrade en Heerlerheide, de Feldbiss en de Sandgewand gevormd wordt. Ten Westen van de stabiele strook ligt het schollengebied van Valkenburg-Maastricht, dat door tal van storingen doorsneden wordt. Uit de tektoniek van ’t gebied en de verbreiding der beide jongste krijtformaties kan men het sedimentatiebeeld ongedwongen verklaren.

De opheffing van het achterland had tot direct gevolg, dat de Gulpensche Krijt-zee zich in noordwesteliike

richting moest terugtrekken A?- 13‘ PINNA cRETACea.

O Iiiuesi lerugtreKKen. Een tweekleppig schaaldier.

Afb. 12. HAMITES CYLINDRACEUS. Ammoniet.

Sluiten