Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de wijze van vorming dezer vaak zeer grillig gevormde voorwerpen hebben verschillende onderzoekers zeer uiteenloopende meeningen. Een liter atu uro ver zicht over dit probleem zou reeds meerdere bladzijden druks vergen. Dit feit duidt reeds voldoende aan hoe ver de meeningen

Affo. 16.

FORAMINIFEREN (CALCARINA CALCITRAPOÏDES) uit het Maastrichtsche tufkrijt.

nog uit elkaar loopen. Er wordt gestreden over het tijdstip van ontstaan. Sommige onderzoekers zijn van oordeel, dat de vuursteenen gelijktijdig of ongeveer gelijktijdig met het sediment gevormd zijn waarin zij voorkomen.

Tegenover deze opvatting stellen anderen de meening van een posthume vorming, waarbij soms gedacht wordt aan vuursteenvorming in pleistoceenen, ja zelfs in holoceenen tijd.

Ook over de herkomst van het kiezelzuur loopen de meeningen uiteen. Al naar gelang van het in dezen ingenomen standpunt, wordt gedacht aan een vorming door kiezelsponsen, of kiezelzuurrijke planktonische organismen, aan infiltratie uit kiezelzuurrijke lagen der jongere sedimenten, of aan concentraties door uitvlokking van het eens in het kalksediment aanwezige kiezelzuur.

Bovendien wordt nog gedacht aan verschil in tijdsperioden der vuursteenvorming in dezen zin, dat al zouden bijv. de vuursteenen in het Gulpensch Krijt tegelijkertijd met het sediment zijn ontstaan, dit nog niet behoeft te gelden voor de vuursteenen in het Kunraderof Maastrichtsche krijt.

Als men deze, zoo geheel uiteenloopende meeningen overziet. komt onwillekurig de gedachte naar voren, dat vele onderzoekers het probleem der vuursteenvorming wel ietwat eenzijdig opvatten.

Het maakt den indruk alsof deze vorming alleen volgens één

Sluiten